Word gids van dit portaal!
Vr. 1: Wat doet de provincie eigenlijk? Antw. 1: Nederland is ingedeeld in twaalf provincies. Zij doen het werk waarvoor het rijk 'te groot' en de gemeente 'te klein' is. Provincies zijn er voor het aanpakken van maatschappelijke problemen in uw regio. Zij houden zich bezig met het beantwoorden van vragen als: Hoe verdelen wij de beperkte ruimte voor nieuwe natuur, economische bedrijvigheid en woningbouw? Kan in een bepaalde regio een ziekenhuis gehandhaafd worden of moet het met andere zorginstellingen fuseren? Is er voldoende openbaar vervoer van en naar die ene plaats of is alternatief vervoer nodig? Hoe komen jongeren in nood terecht bij de juiste hulpverlener? Kortom, de provincie is betrokken bij tal van activiteiten die direct of indirect van invloed zijn op uw dagelijks leven. Slechts zelden is de provincie de enige instantie die zich met deze zaken bemoeit. Maar vaak is de provincie wel degene die het voortouw neemt om een bepaald probleem in uw regio aan te pakken en betrokken partijen bij elkaar te brengen. Bij veel zaken werkt de provincie daarom nauw samen met andere overheden (rijk, gemeenten, waterschappen), het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties en instellingen. Het provinciaal bestuur is actief op een breed aantal terreinen: cultuur, economie, financieel toezicht, jeugdzorg, de leefbaarheid van het platteland, milieu, natuurontwikkeling, bereikbaarheid van stad en land, onderwijs, ruimtelijke ordening, sociale vraagstukken, veiligheid, water, wonen en zorg.Vr. 2: Wie bestuurt de provincie? Antw. 2: Het bestuur van de provincie bestaat uit drie delen: Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en de commissaris van de Koningin. Na de verkiezingen van Provinciale Staten op 11 maart 2003 verandert dat. Niet alleen vanwege de uitslag van die verkiezingen, maar ook als gevolg van de invoering van een nieuwe wet die op dat moment van kracht wordt: Wet dualisering provinciebestuur. De veranderingen in die wet hebben niet alleen betrekking op de taken en verantwoordelijkheden van Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en de commissaris van de Koningin. Ook uw invloed op de provincie verandert, net zoals deze ook is veranderd bij het gemeentebestuur na de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2002. Vr. 3: Wat zijn de Provinciale Staten? Antw. 3: Provinciale Staten staan aan het hoofd van de provincie en vormen tot 11 maart 2003 het algemeen bestuur van een provincie. Na 11 maart 2003 zijn zij niet langer het bestuur van de provincie, maar – net als hun collega’s in de Tweede Kamer en de gemeenteraad – volksvertegenwoordigers. Die controleren voornamelijk het bestuur (in de provincie dan Gedeputeerde Staten) en zij bepalen op hoofdlijnen wat het bestuur doet. Het aantal statenleden verschilt per provincie. Dit is afhankelijk van het aantal inwoners. Zo tellen de kleinste provincies (Flevoland en Zeeland) 47 statenleden en de grootste provincie (Zuid-Holland) 83. Hoofdtaken van Provinciale Staten zijn het vaststellen van het beleid en het toezien op de uitvoering daarvan. In Provinciale Staten heeft ieder statenlid een even zware stem. Besluiten worden genomen met een meerderheid van de aanwezige statenleden. Statenleden hebben meestal een gewone baan en doen het Statenwerk in hun vrije tijd. Ze krijgen voor hun werkzaamheden een onkostenvergoeding. De leden van Provinciale Staten worden een keer in de vier jaar gekozen en behoren allen tot politieke partijen. Statenleden die tot dezelfde partij behoren vormen een fractie. Elke fractie kiest uit haar midden een voorzitter, die leiding geeft aan de fractie en als belangrijkste woordvoerder optreedt. Binnen de fractie is het werk verdeeld, waardoor niet elk statenlid overal evenveel verstand van hoeft te hebben. Zo zijn er voor elk beleidsterrein één of meer specialisten binnen de fractie. De specialisten zitten namens hun partij in de vaste commissies uit Provinciale Staten. Elke statenfractie heeft vaak de steun van één of meer fractie-assistenten. Vanaf 11 maart 2003 hebben alle Provinciale Staten voor de algemene ondersteuning een eigen statengriffier. De provinciewet bepaalt dat Provinciale Staten commissies kunnen instellen. Provinciale Staten regelen bevoegdheden en samenstelling van deze commissies. Wanneer een voorstel in de statenvergadering aan de orde komt, is het meestal al uitvoerig besproken door één of meer commissies. Veel voorkomende commissies zijn de vaste statencommissies voor ruimtelijke ordening, economie, zorg en welzijn of verkeer en vervoer. Naast de vaste commissies kunnen voor bijzondere onderwerpen bestuurscommissies in het leven worden geroepen, waarin ook buitenstaanders, deskundigen of belanghebbenden kunnen zitten. Het is zelfs mogelijk bestuurscommissies in te stellen voor een deel van de provincie. Vr. 4: Wat zijn de Gedeputeerde Staten? Antw. 4: Het college van Gedeputeerde Staten (GS) vormt tot 11 maart 2003 het dagelijks bestuur van de provincie. Vanaf 11 maart 2003 zijn gedeputeerden hét bestuur van de provincie. Gedeputeerden worden gekozen door Provinciale Staten voor een periode van vier jaar. Zij treden tegelijk af met de leden van Provinciale Staten. Het aantal gedeputeerden varieert per provincie. Flevoland bijvoorbeeld, telt vier gedeputeerden; de meeste andere provincies hebben er zes of zeven. De provincies kiezen dat aantal zelf. Wettelijk gezien moeten er minimaal 3 gedeputeerden zijn. Het maximum aantal is 9. In de meeste gevallen is het een voltijdbaan, maar sommige provincies kennen een deeltijdgedeputeerde. In het college heeft iedere gedeputeerde zijn eigen taakgebied of portefeuille, zoals ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer, natuur en milieu of welzijn en cultuur. Zij bereiden maatregelen, programma’s en plannen voor en regelen de financiering. We noemen dat beleid maken. Het college besluit vervolgens om bepaald beleid wel of niet uit te voeren. Daarnaast voeren Gedeputeerde Staten een groot aantal regelingen uit van de rijksoverheid, de zogenoemde medebewindstaak. Verder hebben zij een coördinerende en plannende functie en taken als het toezicht op de besturen van gemeenten en waterschappen. Vr. 5: Wat doet de Commissaris van de Koningin? Antw. 5: Hoewel vaak gedacht is de commissaris van de Koningin formeel niet dé basis in de provincie. Dat zijn de Provinciale Staten. Door de rol en positie en het regelmatige publieke optreden is de commissaris meestal wel 'het gezicht' van de provincie. Hij of zij is niet alleen voorzitter, maar ook volwaardig lid van Gedeputeerde Staten en kan bepaalde taken in zijn of haar portefeuille krijgen. Daarnaast is de commissaris voorzitter (maar geen lid) van Provinciale Staten. De commissaris let vooral op of de besluitvorming in Gedeputeerde en Provinciale Staten volgens de regels verloopt. De commissaris hoeft het inhoudelijk niet eens te zijn met besluiten van Gedeputeerde en Provinciale Staten. Toch moet hij of zij als voorzitter het besluit wel ondertekenen om het formeel van kracht te laten worden. De commissaris van de Koningin heeft ook een taak als vertegenwoordiger van de landsregering in de provincie. Dat wordt ook wel rijksorgaan genoemd. Zo heeft de commissaris coördinerende bevoegdheden bij rampenbestrijding en speelt hij of zij een belangrijke rol bij burgemeestersbenoemingen. Als in een gemeente een vacature voor een burgemeester ontstaat stuurt de commissaris een aanbeveling voor een opvolger aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Maar eerst wint de commissaris advies in van de (vertrouwenscommissie in de) gemeenteraad. De commissaris betrekt dit advies in de aanbeveling aan de minister. Een commissaris van de Koningin wordt niet gekozen door de inwoners van de provincie, maar – net als een burgemeester in een gemeente – benoemd door de Kroon (Koningin en ministers). De benoeming geldt voor een periode van zes jaar, met de mogelijkheid tot herbenoeming. De commissaris kan alleen door de Kroon worden ontslagen. Bij de vervulling van een vacature voor een commissaris geven Provinciale Staten aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een zogenoemde profielschets hun wensen aan voor de nieuwe commissaris. Alle commissarissen zijn afkomstig uit een van de grote landelijke politieke partijen. Eenmaal benoemd wordt de commissaris echter geacht zijn functie onafhankelijk uit te voeren. Vr. 6: Hoe werkt het bestuur? Antw. 6: Besturen is maatschappelijke problemen zien, oplossingen bedenken, besluiten nemen en maatregelen uitvoeren. Wie in de provincie precies wat en wanneer mag doen is vastgelegd in de Provinciewet. Daarin staat wat Gedeputeerde Staten of Provinciale Staten mogen besluiten, hoe dat moet en ook of u als burger daar iets over te vertellen heeft. De hoogste baas in de provincie zijn de Provinciale Staten. Uiteindelijk besluiten zij over alles waarover de provincie beslist. Dat nu is in de dagelijkse praktijk onmogelijk. Daarom nemen Gedeputeerde Staten en soms ook de ambtelijke diensten zelf besluiten. Provinciale Staten stellen vooraf vast welke besluiten dat zijn en hoe groot de handelingsvrijheid van gedeputeerden en ambtenaren is. Achteraf controleren zij of Gedeputeerde Staten en ambtenaren zich daaraan hebben gehouden. Gedeputeerde Staten vragen de ambtelijke diensten maatschappelijke vraagstukken te onderzoeken, mogelijke oplossingen te bedenken en voorstellen te doen waarover Gedeputeerde of Provinciale Staten vervolgens kunnen besluiten. Soms gebeurt dat alles uitsluitend binnen de muren van het provinciehuis. Steeds vaker echter worden eerst betrokkenen of externe deskundigen gevraagd naar hun mening. We noemen dat interactieve beleidsvorming. Alle voorstellen waarover een besluit moet worden genomen gaan eerst naar Gedeputeerde Staten. Zij vergaderen doorgaans elke dinsdag over allerlei soorten onderwerpen. Soms kunnen ze een besluit zelf meteen uitvoeren, maar regelmatig moeten ze hun beslissing voorleggen aan Provinciale Staten. In vrijwel alle provincies vergaderen Provinciale Staten minimaal één maal per maand, op een vaste dag. Vanaf 11 maart 2003 bepalen Provinciale Staten zelf waarover zij vergaderen. Tot die tijd bepalen Gedeputeerde Staten hun agenda en doen zij voorstellen waarover Provinciale Staten debatteren en besluiten nemen. In de nieuwe situatie kunnen Provinciale Staten ook zelf voorstellen doen en – bij positieve besluitvorming – Gedeputeerde Staten dit laten uitvoeren. Een van de belangrijkste vergaderingen in het zittingsjaar van Provinciale Staten is de begrotingsbehandeling, die doorgaans vlak na het zomerreces wordt gehouden. Het college van Gedeputeerde Staten komt dan met voorstellen voor reguliere en nieuwe uitgaven of bezuinigingen voor het volgend jaar. Bijna alle besluiten van Gedeputeerde en Provinciale Staten zijn openbaar. Welke wel en welke niet openbaar zijn staat beschreven in de Wet Openbaarheid Bestuur. Ook de vergaderingen van Provinciale Staten zijn openbaar, maar die van Gedeputeerde Staten weer niet. Wanneer u over bepaalde onderwerpen wilt meepraten met Provinciale Staten kan dat, maar niet altijd. De regels daarvoor staan beschreven in de provinciale inspraakverordening en deze kan per provincie verschillen. Uw inspraakmogelijkheden zijn wel anders na 11 maart 2003. De griffie van uw eigen Provinciale Staten kan u precies vertellen hoe het is geregeld of geregeld gaat worden in uw provincie. Vr. 7: Wat doet de ambtelijke organisatie? Antw. 7: De twaalf provincies hebben in totaal ongeveer 13.000 medewerkers in dienst. Deze provincie-ambtenaren zijn op vele terreinen werkzaam en hebben dan ook uiteenlopende werksoorten en beroepen. Bijvoorbeeld landmeter, jurist, sluiswachter en bestuurskundige. Aan het hoofd van de organisatie staat een griffier, niet te verwarren met de statengriffier. De griffier heeft de leiding over de ambtenaren en vormt de verbinding tussen het college van Gedeputeerde Staten en het ambtelijk apparaat. Hij ondertekent samen met de commissaris van de Koningin de belangrijkste provinciale besluiten. De ambtelijke organisatie is verdeeld in diensten of directies, met daaronder afdelingen voor onderdelen van het provinciale beleidsterrein, bijvoorbeeld voor milieu, water, ruimtelijke ordening, economie, recreatie, natuur, verkeer en vervoer. Ook werken ambtenaren uit verschillende afdelingen in veel gevallen samen in een project. Bijvoorbeeld bij de bodemsanering van een verontreinigd gebied, dat daarna ontwikkeld moet worden tot woonwijk, natuurgebied of bedrijventerrein. Provinciale Staten hebben vanaf 11 maart 2003 een eigen ambtelijke ondersteuning. Aan het hoofd hiervan staat de statengriffier. Deze bereidt onder meer statenvergaderingen voor.Vr. 8: Hoe zit het met de provinciale portemonnee? Antw. 8: Provincies zijn voor hun inkomsten voor het overgrote deel afhankelijk van de rijksoverheid. Een deel van de inkomsten komt uit het zogenoemde Provinciefonds. Dit is een fonds waarin het rijk jaarlijks een deel van de belastingopbrengst stopt en verdeelt over de twaalf provincies. De provincie mag deze inkomsten naar eigen inzicht besteden. Naast inkomsten uit het Provinciefonds ontvangen de provincies specifieke uitkeringen van het rijk, zogenoemde doeluitkeringen. Doeluitkeringen zijn bijdragen voor een vast omschreven doel zoals openbaar vervoer, jeugdzorg of bodemsanering. Hoeveel een provincie krijgt is afhankelijk van het aantal inwoners, het oppervlak aan land en water en van regionale omstandigheden. Provincies kunnen ook zelf belasting heffen. Deze is gekoppeld aan de motorrijtuigenbelasting. We noemen dat de 'opcenten', een provinciale opslag op de motorrijtuigenbelasting. Deze kan per provincie verschillen. Provinciefonds, doeluitkeringen en de motorrijtuigenbelasting dekken zo'n tachtig procent van de inkomsten. Overige inkomsten komen uit andere, kleinere bronnen en zijn per provincie verschillend. Zo ontvangen alle provincies leges. Dat zijn vergoedingen voor provinciale stukken of verleende diensten zoals bepaalde milieuvergunningen en het omhoog zetten van een brug. Sommige provincies krijgen inkomsten uit fondsen van de Europese Unie, de zogenoemde Europese Structuurfondsen. Hiermee kunnen provincies met bijvoorbeeld een hoge werkloosheid maatregelen nemen om extra bedrijven aan te trekken die de werkloosheid kunnen verminderen. Tot slot hebben de meeste provincies reserves die, bijvoorbeeld in de vorm van rente, zorgen voor opbrengsten.Vr. 9: Wanneer kan ik voor de Provinciale Staten gaan stemmen? Antw. 9: Op 11 maart 2003 kunt u stemmen voor nieuwe Provinciale Staten. De omvang van de Provinciale Staten verschilt per provincie. Het minimum aantal statenleden per provincie is 39, het maximum 83. Dit aantal is afhankelijk van het aantal inwoners per provincie. De uitslagen worden officieel vastgesteld door de voorzitter van het hoofdstembureau van de provinciehoofdstad. Deze procedure is vastgelegd in de Kieswet. Vr. 10: Wat is mijn invloed op het beleid van de provincie? Antw. 10: Openbaarheid en communicatie zijn van groot belang voor wie over het beleid van de provincie geïnformeerd wil zijn en/of het wil beïnvloeden. De vergaderingen van Provinciale Staten en de statencommissies zijn in principe openbaar. Iedereen kan ze bijwonen. Ook informatie over provinciale bestuurszaken is openbaar. De Wet openbaarheid van bestuur (WOB) geeft iedereen die daarom vraagt het recht op informatie. Slechts in een beperkt aantal gevallen kan de gevraagde informatie worden geweigerd. Bijvoorbeeld als openbaarmaking de privacy van anderen zou schenden. De WOB bepaalt ook dat de provincies en andere overheden uit zichzelf informatie moeten geven over hun beleid en activiteiten. Soms organiseren provincies zelf inspraak over bepaalde kwesties. In andere gevallen is inspraak wettelijk verplicht. Zo moet een ontwerp streekplan twee maanden ter inzage liggen op het provinciehuis en bij de gemeenten in het streekplangebied. Belanghebbenden kunnen er dan kennis van nemen, een reactie geven of bezwaar tegen maken. Inspraak kan verschillende vormen hebben, afhankelijk van het karakter van de beslissing die moet worden genomen. In de praktijk blijkt inspraak vooral een zaak voor organisaties, instellingen, verenigingen en professionals. Vanaf 11 maart 2003 is de invloed van de burger nog groter door het zogenoemde burgerinitiatief. Vanaf die datum kent de provincie een duaal bestuur. Dat wil zeggen dat het provinciebestuur niet langer bestaat uit een algemeen bestuur (Provinciale Staten) en een daaruit gekozen dagelijks bestuur (Gedeputeerde Staten), maar uit een bestuur (Gedeputeerde Staten) en een volksvertegenwoordiging (Provinciale Staten). Deze nieuwe verhoudingen zijn vergelijkbaar met die van de Tweede Kamer en het Kabinet en – sinds 6 maart 2002 – met de gemeenteraad versus Burgemeester en Wethouders.Meer over dualisme in provincies vindt u op de internetsite www.vernieuwingsimpulsprovincies.nl. De afgelopen jaren heeft zich een nieuwe vorm van inspraak ontwikkeld, die onderdeel is van 'interactief beleid'. Daarin overlegt het provinciebestuur in een vroeg stadium van de beleidsontwikkeling over een bepaald onderwerp met andere overheden, instellingen, organisaties en belangengroeperingen. Over en weer worden ideeën en standpunten uitgewisseld en getoetst. In een aantal overlegronden wordt dan de besluitvorming voorbereid. Wie het niet eens is met een besluit van de provincie kan daartegen in het algemeen eerst bezwaar en vervolgens beroep aantekenen. Elk bestuursorgaan is verplicht onder een besluit aan te geven welke bezwaar- of beroepsmogelijkheid geldt. De voornaamste administratiefrechtelijke procedure is die op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarin staan de termijnen waarbinnen en de voorwaarden waaronder men beroep kan aantekenen. De eerste stap is een heroverweging door het provinciaal bestuur. Wie het niet eens is met het nieuwe besluit kan in beroep gaan bij de rechtbank in het arrondissement waar het bestuur zetelt (de provinciehoofdstad). Daarna kan men dan nog in hoger beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een bezwaar- of beroepschrift moet altijd schriftelijk (en gemotiveerd) worden ingediend. * Veel gestelde vragen door bedrijven* Algemene informatie over klup.nl
Vr. 2: Wie bestuurt de provincie? Antw. 2: Het bestuur van de provincie bestaat uit drie delen: Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en de commissaris van de Koningin. Na de verkiezingen van Provinciale Staten op 11 maart 2003 verandert dat. Niet alleen vanwege de uitslag van die verkiezingen, maar ook als gevolg van de invoering van een nieuwe wet die op dat moment van kracht wordt: Wet dualisering provinciebestuur. De veranderingen in die wet hebben niet alleen betrekking op de taken en verantwoordelijkheden van Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en de commissaris van de Koningin. Ook uw invloed op de provincie verandert, net zoals deze ook is veranderd bij het gemeentebestuur na de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2002. Vr. 3: Wat zijn de Provinciale Staten? Antw. 3: Provinciale Staten staan aan het hoofd van de provincie en vormen tot 11 maart 2003 het algemeen bestuur van een provincie. Na 11 maart 2003 zijn zij niet langer het bestuur van de provincie, maar – net als hun collega’s in de Tweede Kamer en de gemeenteraad – volksvertegenwoordigers. Die controleren voornamelijk het bestuur (in de provincie dan Gedeputeerde Staten) en zij bepalen op hoofdlijnen wat het bestuur doet. Het aantal statenleden verschilt per provincie. Dit is afhankelijk van het aantal inwoners. Zo tellen de kleinste provincies (Flevoland en Zeeland) 47 statenleden en de grootste provincie (Zuid-Holland) 83. Hoofdtaken van Provinciale Staten zijn het vaststellen van het beleid en het toezien op de uitvoering daarvan. In Provinciale Staten heeft ieder statenlid een even zware stem. Besluiten worden genomen met een meerderheid van de aanwezige statenleden. Statenleden hebben meestal een gewone baan en doen het Statenwerk in hun vrije tijd. Ze krijgen voor hun werkzaamheden een onkostenvergoeding. De leden van Provinciale Staten worden een keer in de vier jaar gekozen en behoren allen tot politieke partijen. Statenleden die tot dezelfde partij behoren vormen een fractie. Elke fractie kiest uit haar midden een voorzitter, die leiding geeft aan de fractie en als belangrijkste woordvoerder optreedt. Binnen de fractie is het werk verdeeld, waardoor niet elk statenlid overal evenveel verstand van hoeft te hebben. Zo zijn er voor elk beleidsterrein één of meer specialisten binnen de fractie. De specialisten zitten namens hun partij in de vaste commissies uit Provinciale Staten. Elke statenfractie heeft vaak de steun van één of meer fractie-assistenten. Vanaf 11 maart 2003 hebben alle Provinciale Staten voor de algemene ondersteuning een eigen statengriffier. De provinciewet bepaalt dat Provinciale Staten commissies kunnen instellen. Provinciale Staten regelen bevoegdheden en samenstelling van deze commissies. Wanneer een voorstel in de statenvergadering aan de orde komt, is het meestal al uitvoerig besproken door één of meer commissies. Veel voorkomende commissies zijn de vaste statencommissies voor ruimtelijke ordening, economie, zorg en welzijn of verkeer en vervoer. Naast de vaste commissies kunnen voor bijzondere onderwerpen bestuurscommissies in het leven worden geroepen, waarin ook buitenstaanders, deskundigen of belanghebbenden kunnen zitten. Het is zelfs mogelijk bestuurscommissies in te stellen voor een deel van de provincie. Vr. 4: Wat zijn de Gedeputeerde Staten? Antw. 4: Het college van Gedeputeerde Staten (GS) vormt tot 11 maart 2003 het dagelijks bestuur van de provincie. Vanaf 11 maart 2003 zijn gedeputeerden hét bestuur van de provincie. Gedeputeerden worden gekozen door Provinciale Staten voor een periode van vier jaar. Zij treden tegelijk af met de leden van Provinciale Staten. Het aantal gedeputeerden varieert per provincie. Flevoland bijvoorbeeld, telt vier gedeputeerden; de meeste andere provincies hebben er zes of zeven. De provincies kiezen dat aantal zelf. Wettelijk gezien moeten er minimaal 3 gedeputeerden zijn. Het maximum aantal is 9. In de meeste gevallen is het een voltijdbaan, maar sommige provincies kennen een deeltijdgedeputeerde. In het college heeft iedere gedeputeerde zijn eigen taakgebied of portefeuille, zoals ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer, natuur en milieu of welzijn en cultuur. Zij bereiden maatregelen, programma’s en plannen voor en regelen de financiering. We noemen dat beleid maken. Het college besluit vervolgens om bepaald beleid wel of niet uit te voeren. Daarnaast voeren Gedeputeerde Staten een groot aantal regelingen uit van de rijksoverheid, de zogenoemde medebewindstaak. Verder hebben zij een coördinerende en plannende functie en taken als het toezicht op de besturen van gemeenten en waterschappen. Vr. 5: Wat doet de Commissaris van de Koningin? Antw. 5: Hoewel vaak gedacht is de commissaris van de Koningin formeel niet dé basis in de provincie. Dat zijn de Provinciale Staten. Door de rol en positie en het regelmatige publieke optreden is de commissaris meestal wel 'het gezicht' van de provincie. Hij of zij is niet alleen voorzitter, maar ook volwaardig lid van Gedeputeerde Staten en kan bepaalde taken in zijn of haar portefeuille krijgen. Daarnaast is de commissaris voorzitter (maar geen lid) van Provinciale Staten. De commissaris let vooral op of de besluitvorming in Gedeputeerde en Provinciale Staten volgens de regels verloopt. De commissaris hoeft het inhoudelijk niet eens te zijn met besluiten van Gedeputeerde en Provinciale Staten. Toch moet hij of zij als voorzitter het besluit wel ondertekenen om het formeel van kracht te laten worden. De commissaris van de Koningin heeft ook een taak als vertegenwoordiger van de landsregering in de provincie. Dat wordt ook wel rijksorgaan genoemd. Zo heeft de commissaris coördinerende bevoegdheden bij rampenbestrijding en speelt hij of zij een belangrijke rol bij burgemeestersbenoemingen. Als in een gemeente een vacature voor een burgemeester ontstaat stuurt de commissaris een aanbeveling voor een opvolger aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Maar eerst wint de commissaris advies in van de (vertrouwenscommissie in de) gemeenteraad. De commissaris betrekt dit advies in de aanbeveling aan de minister. Een commissaris van de Koningin wordt niet gekozen door de inwoners van de provincie, maar – net als een burgemeester in een gemeente – benoemd door de Kroon (Koningin en ministers). De benoeming geldt voor een periode van zes jaar, met de mogelijkheid tot herbenoeming. De commissaris kan alleen door de Kroon worden ontslagen. Bij de vervulling van een vacature voor een commissaris geven Provinciale Staten aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een zogenoemde profielschets hun wensen aan voor de nieuwe commissaris. Alle commissarissen zijn afkomstig uit een van de grote landelijke politieke partijen. Eenmaal benoemd wordt de commissaris echter geacht zijn functie onafhankelijk uit te voeren. Vr. 6: Hoe werkt het bestuur? Antw. 6: Besturen is maatschappelijke problemen zien, oplossingen bedenken, besluiten nemen en maatregelen uitvoeren. Wie in de provincie precies wat en wanneer mag doen is vastgelegd in de Provinciewet. Daarin staat wat Gedeputeerde Staten of Provinciale Staten mogen besluiten, hoe dat moet en ook of u als burger daar iets over te vertellen heeft. De hoogste baas in de provincie zijn de Provinciale Staten. Uiteindelijk besluiten zij over alles waarover de provincie beslist. Dat nu is in de dagelijkse praktijk onmogelijk. Daarom nemen Gedeputeerde Staten en soms ook de ambtelijke diensten zelf besluiten. Provinciale Staten stellen vooraf vast welke besluiten dat zijn en hoe groot de handelingsvrijheid van gedeputeerden en ambtenaren is. Achteraf controleren zij of Gedeputeerde Staten en ambtenaren zich daaraan hebben gehouden. Gedeputeerde Staten vragen de ambtelijke diensten maatschappelijke vraagstukken te onderzoeken, mogelijke oplossingen te bedenken en voorstellen te doen waarover Gedeputeerde of Provinciale Staten vervolgens kunnen besluiten. Soms gebeurt dat alles uitsluitend binnen de muren van het provinciehuis. Steeds vaker echter worden eerst betrokkenen of externe deskundigen gevraagd naar hun mening. We noemen dat interactieve beleidsvorming. Alle voorstellen waarover een besluit moet worden genomen gaan eerst naar Gedeputeerde Staten. Zij vergaderen doorgaans elke dinsdag over allerlei soorten onderwerpen. Soms kunnen ze een besluit zelf meteen uitvoeren, maar regelmatig moeten ze hun beslissing voorleggen aan Provinciale Staten. In vrijwel alle provincies vergaderen Provinciale Staten minimaal één maal per maand, op een vaste dag. Vanaf 11 maart 2003 bepalen Provinciale Staten zelf waarover zij vergaderen. Tot die tijd bepalen Gedeputeerde Staten hun agenda en doen zij voorstellen waarover Provinciale Staten debatteren en besluiten nemen. In de nieuwe situatie kunnen Provinciale Staten ook zelf voorstellen doen en – bij positieve besluitvorming – Gedeputeerde Staten dit laten uitvoeren. Een van de belangrijkste vergaderingen in het zittingsjaar van Provinciale Staten is de begrotingsbehandeling, die doorgaans vlak na het zomerreces wordt gehouden. Het college van Gedeputeerde Staten komt dan met voorstellen voor reguliere en nieuwe uitgaven of bezuinigingen voor het volgend jaar. Bijna alle besluiten van Gedeputeerde en Provinciale Staten zijn openbaar. Welke wel en welke niet openbaar zijn staat beschreven in de Wet Openbaarheid Bestuur. Ook de vergaderingen van Provinciale Staten zijn openbaar, maar die van Gedeputeerde Staten weer niet. Wanneer u over bepaalde onderwerpen wilt meepraten met Provinciale Staten kan dat, maar niet altijd. De regels daarvoor staan beschreven in de provinciale inspraakverordening en deze kan per provincie verschillen. Uw inspraakmogelijkheden zijn wel anders na 11 maart 2003. De griffie van uw eigen Provinciale Staten kan u precies vertellen hoe het is geregeld of geregeld gaat worden in uw provincie. Vr. 7: Wat doet de ambtelijke organisatie? Antw. 7: De twaalf provincies hebben in totaal ongeveer 13.000 medewerkers in dienst. Deze provincie-ambtenaren zijn op vele terreinen werkzaam en hebben dan ook uiteenlopende werksoorten en beroepen. Bijvoorbeeld landmeter, jurist, sluiswachter en bestuurskundige. Aan het hoofd van de organisatie staat een griffier, niet te verwarren met de statengriffier. De griffier heeft de leiding over de ambtenaren en vormt de verbinding tussen het college van Gedeputeerde Staten en het ambtelijk apparaat. Hij ondertekent samen met de commissaris van de Koningin de belangrijkste provinciale besluiten. De ambtelijke organisatie is verdeeld in diensten of directies, met daaronder afdelingen voor onderdelen van het provinciale beleidsterrein, bijvoorbeeld voor milieu, water, ruimtelijke ordening, economie, recreatie, natuur, verkeer en vervoer. Ook werken ambtenaren uit verschillende afdelingen in veel gevallen samen in een project. Bijvoorbeeld bij de bodemsanering van een verontreinigd gebied, dat daarna ontwikkeld moet worden tot woonwijk, natuurgebied of bedrijventerrein. Provinciale Staten hebben vanaf 11 maart 2003 een eigen ambtelijke ondersteuning. Aan het hoofd hiervan staat de statengriffier. Deze bereidt onder meer statenvergaderingen voor.Vr. 8: Hoe zit het met de provinciale portemonnee? Antw. 8: Provincies zijn voor hun inkomsten voor het overgrote deel afhankelijk van de rijksoverheid. Een deel van de inkomsten komt uit het zogenoemde Provinciefonds. Dit is een fonds waarin het rijk jaarlijks een deel van de belastingopbrengst stopt en verdeelt over de twaalf provincies. De provincie mag deze inkomsten naar eigen inzicht besteden. Naast inkomsten uit het Provinciefonds ontvangen de provincies specifieke uitkeringen van het rijk, zogenoemde doeluitkeringen. Doeluitkeringen zijn bijdragen voor een vast omschreven doel zoals openbaar vervoer, jeugdzorg of bodemsanering. Hoeveel een provincie krijgt is afhankelijk van het aantal inwoners, het oppervlak aan land en water en van regionale omstandigheden. Provincies kunnen ook zelf belasting heffen. Deze is gekoppeld aan de motorrijtuigenbelasting. We noemen dat de 'opcenten', een provinciale opslag op de motorrijtuigenbelasting. Deze kan per provincie verschillen. Provinciefonds, doeluitkeringen en de motorrijtuigenbelasting dekken zo'n tachtig procent van de inkomsten. Overige inkomsten komen uit andere, kleinere bronnen en zijn per provincie verschillend. Zo ontvangen alle provincies leges. Dat zijn vergoedingen voor provinciale stukken of verleende diensten zoals bepaalde milieuvergunningen en het omhoog zetten van een brug. Sommige provincies krijgen inkomsten uit fondsen van de Europese Unie, de zogenoemde Europese Structuurfondsen. Hiermee kunnen provincies met bijvoorbeeld een hoge werkloosheid maatregelen nemen om extra bedrijven aan te trekken die de werkloosheid kunnen verminderen. Tot slot hebben de meeste provincies reserves die, bijvoorbeeld in de vorm van rente, zorgen voor opbrengsten.Vr. 9: Wanneer kan ik voor de Provinciale Staten gaan stemmen? Antw. 9: Op 11 maart 2003 kunt u stemmen voor nieuwe Provinciale Staten. De omvang van de Provinciale Staten verschilt per provincie. Het minimum aantal statenleden per provincie is 39, het maximum 83. Dit aantal is afhankelijk van het aantal inwoners per provincie. De uitslagen worden officieel vastgesteld door de voorzitter van het hoofdstembureau van de provinciehoofdstad. Deze procedure is vastgelegd in de Kieswet. Vr. 10: Wat is mijn invloed op het beleid van de provincie? Antw. 10: Openbaarheid en communicatie zijn van groot belang voor wie over het beleid van de provincie geïnformeerd wil zijn en/of het wil beïnvloeden. De vergaderingen van Provinciale Staten en de statencommissies zijn in principe openbaar. Iedereen kan ze bijwonen. Ook informatie over provinciale bestuurszaken is openbaar. De Wet openbaarheid van bestuur (WOB) geeft iedereen die daarom vraagt het recht op informatie. Slechts in een beperkt aantal gevallen kan de gevraagde informatie worden geweigerd. Bijvoorbeeld als openbaarmaking de privacy van anderen zou schenden. De WOB bepaalt ook dat de provincies en andere overheden uit zichzelf informatie moeten geven over hun beleid en activiteiten. Soms organiseren provincies zelf inspraak over bepaalde kwesties. In andere gevallen is inspraak wettelijk verplicht. Zo moet een ontwerp streekplan twee maanden ter inzage liggen op het provinciehuis en bij de gemeenten in het streekplangebied. Belanghebbenden kunnen er dan kennis van nemen, een reactie geven of bezwaar tegen maken. Inspraak kan verschillende vormen hebben, afhankelijk van het karakter van de beslissing die moet worden genomen. In de praktijk blijkt inspraak vooral een zaak voor organisaties, instellingen, verenigingen en professionals. Vanaf 11 maart 2003 is de invloed van de burger nog groter door het zogenoemde burgerinitiatief. Vanaf die datum kent de provincie een duaal bestuur. Dat wil zeggen dat het provinciebestuur niet langer bestaat uit een algemeen bestuur (Provinciale Staten) en een daaruit gekozen dagelijks bestuur (Gedeputeerde Staten), maar uit een bestuur (Gedeputeerde Staten) en een volksvertegenwoordiging (Provinciale Staten). Deze nieuwe verhoudingen zijn vergelijkbaar met die van de Tweede Kamer en het Kabinet en – sinds 6 maart 2002 – met de gemeenteraad versus Burgemeester en Wethouders.Meer over dualisme in provincies vindt u op de internetsite www.vernieuwingsimpulsprovincies.nl. De afgelopen jaren heeft zich een nieuwe vorm van inspraak ontwikkeld, die onderdeel is van 'interactief beleid'. Daarin overlegt het provinciebestuur in een vroeg stadium van de beleidsontwikkeling over een bepaald onderwerp met andere overheden, instellingen, organisaties en belangengroeperingen. Over en weer worden ideeën en standpunten uitgewisseld en getoetst. In een aantal overlegronden wordt dan de besluitvorming voorbereid. Wie het niet eens is met een besluit van de provincie kan daartegen in het algemeen eerst bezwaar en vervolgens beroep aantekenen. Elk bestuursorgaan is verplicht onder een besluit aan te geven welke bezwaar- of beroepsmogelijkheid geldt. De voornaamste administratiefrechtelijke procedure is die op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarin staan de termijnen waarbinnen en de voorwaarden waaronder men beroep kan aantekenen. De eerste stap is een heroverweging door het provinciaal bestuur. Wie het niet eens is met het nieuwe besluit kan in beroep gaan bij de rechtbank in het arrondissement waar het bestuur zetelt (de provinciehoofdstad). Daarna kan men dan nog in hoger beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een bezwaar- of beroepschrift moet altijd schriftelijk (en gemotiveerd) worden ingediend. * Veel gestelde vragen door bedrijven* Algemene informatie over klup.nl
Vr. 3: Wat zijn de Provinciale Staten? Antw. 3: Provinciale Staten staan aan het hoofd van de provincie en vormen tot 11 maart 2003 het algemeen bestuur van een provincie. Na 11 maart 2003 zijn zij niet langer het bestuur van de provincie, maar – net als hun collega’s in de Tweede Kamer en de gemeenteraad – volksvertegenwoordigers. Die controleren voornamelijk het bestuur (in de provincie dan Gedeputeerde Staten) en zij bepalen op hoofdlijnen wat het bestuur doet. Het aantal statenleden verschilt per provincie. Dit is afhankelijk van het aantal inwoners. Zo tellen de kleinste provincies (Flevoland en Zeeland) 47 statenleden en de grootste provincie (Zuid-Holland) 83. Hoofdtaken van Provinciale Staten zijn het vaststellen van het beleid en het toezien op de uitvoering daarvan. In Provinciale Staten heeft ieder statenlid een even zware stem. Besluiten worden genomen met een meerderheid van de aanwezige statenleden. Statenleden hebben meestal een gewone baan en doen het Statenwerk in hun vrije tijd. Ze krijgen voor hun werkzaamheden een onkostenvergoeding. De leden van Provinciale Staten worden een keer in de vier jaar gekozen en behoren allen tot politieke partijen. Statenleden die tot dezelfde partij behoren vormen een fractie. Elke fractie kiest uit haar midden een voorzitter, die leiding geeft aan de fractie en als belangrijkste woordvoerder optreedt. Binnen de fractie is het werk verdeeld, waardoor niet elk statenlid overal evenveel verstand van hoeft te hebben. Zo zijn er voor elk beleidsterrein één of meer specialisten binnen de fractie. De specialisten zitten namens hun partij in de vaste commissies uit Provinciale Staten. Elke statenfractie heeft vaak de steun van één of meer fractie-assistenten. Vanaf 11 maart 2003 hebben alle Provinciale Staten voor de algemene ondersteuning een eigen statengriffier. De provinciewet bepaalt dat Provinciale Staten commissies kunnen instellen. Provinciale Staten regelen bevoegdheden en samenstelling van deze commissies. Wanneer een voorstel in de statenvergadering aan de orde komt, is het meestal al uitvoerig besproken door één of meer commissies. Veel voorkomende commissies zijn de vaste statencommissies voor ruimtelijke ordening, economie, zorg en welzijn of verkeer en vervoer. Naast de vaste commissies kunnen voor bijzondere onderwerpen bestuurscommissies in het leven worden geroepen, waarin ook buitenstaanders, deskundigen of belanghebbenden kunnen zitten. Het is zelfs mogelijk bestuurscommissies in te stellen voor een deel van de provincie. Vr. 4: Wat zijn de Gedeputeerde Staten? Antw. 4: Het college van Gedeputeerde Staten (GS) vormt tot 11 maart 2003 het dagelijks bestuur van de provincie. Vanaf 11 maart 2003 zijn gedeputeerden hét bestuur van de provincie. Gedeputeerden worden gekozen door Provinciale Staten voor een periode van vier jaar. Zij treden tegelijk af met de leden van Provinciale Staten. Het aantal gedeputeerden varieert per provincie. Flevoland bijvoorbeeld, telt vier gedeputeerden; de meeste andere provincies hebben er zes of zeven. De provincies kiezen dat aantal zelf. Wettelijk gezien moeten er minimaal 3 gedeputeerden zijn. Het maximum aantal is 9. In de meeste gevallen is het een voltijdbaan, maar sommige provincies kennen een deeltijdgedeputeerde. In het college heeft iedere gedeputeerde zijn eigen taakgebied of portefeuille, zoals ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer, natuur en milieu of welzijn en cultuur. Zij bereiden maatregelen, programma’s en plannen voor en regelen de financiering. We noemen dat beleid maken. Het college besluit vervolgens om bepaald beleid wel of niet uit te voeren. Daarnaast voeren Gedeputeerde Staten een groot aantal regelingen uit van de rijksoverheid, de zogenoemde medebewindstaak. Verder hebben zij een coördinerende en plannende functie en taken als het toezicht op de besturen van gemeenten en waterschappen. Vr. 5: Wat doet de Commissaris van de Koningin? Antw. 5: Hoewel vaak gedacht is de commissaris van de Koningin formeel niet dé basis in de provincie. Dat zijn de Provinciale Staten. Door de rol en positie en het regelmatige publieke optreden is de commissaris meestal wel 'het gezicht' van de provincie. Hij of zij is niet alleen voorzitter, maar ook volwaardig lid van Gedeputeerde Staten en kan bepaalde taken in zijn of haar portefeuille krijgen. Daarnaast is de commissaris voorzitter (maar geen lid) van Provinciale Staten. De commissaris let vooral op of de besluitvorming in Gedeputeerde en Provinciale Staten volgens de regels verloopt. De commissaris hoeft het inhoudelijk niet eens te zijn met besluiten van Gedeputeerde en Provinciale Staten. Toch moet hij of zij als voorzitter het besluit wel ondertekenen om het formeel van kracht te laten worden. De commissaris van de Koningin heeft ook een taak als vertegenwoordiger van de landsregering in de provincie. Dat wordt ook wel rijksorgaan genoemd. Zo heeft de commissaris coördinerende bevoegdheden bij rampenbestrijding en speelt hij of zij een belangrijke rol bij burgemeestersbenoemingen. Als in een gemeente een vacature voor een burgemeester ontstaat stuurt de commissaris een aanbeveling voor een opvolger aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Maar eerst wint de commissaris advies in van de (vertrouwenscommissie in de) gemeenteraad. De commissaris betrekt dit advies in de aanbeveling aan de minister. Een commissaris van de Koningin wordt niet gekozen door de inwoners van de provincie, maar – net als een burgemeester in een gemeente – benoemd door de Kroon (Koningin en ministers). De benoeming geldt voor een periode van zes jaar, met de mogelijkheid tot herbenoeming. De commissaris kan alleen door de Kroon worden ontslagen. Bij de vervulling van een vacature voor een commissaris geven Provinciale Staten aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een zogenoemde profielschets hun wensen aan voor de nieuwe commissaris. Alle commissarissen zijn afkomstig uit een van de grote landelijke politieke partijen. Eenmaal benoemd wordt de commissaris echter geacht zijn functie onafhankelijk uit te voeren. Vr. 6: Hoe werkt het bestuur? Antw. 6: Besturen is maatschappelijke problemen zien, oplossingen bedenken, besluiten nemen en maatregelen uitvoeren. Wie in de provincie precies wat en wanneer mag doen is vastgelegd in de Provinciewet. Daarin staat wat Gedeputeerde Staten of Provinciale Staten mogen besluiten, hoe dat moet en ook of u als burger daar iets over te vertellen heeft. De hoogste baas in de provincie zijn de Provinciale Staten. Uiteindelijk besluiten zij over alles waarover de provincie beslist. Dat nu is in de dagelijkse praktijk onmogelijk. Daarom nemen Gedeputeerde Staten en soms ook de ambtelijke diensten zelf besluiten. Provinciale Staten stellen vooraf vast welke besluiten dat zijn en hoe groot de handelingsvrijheid van gedeputeerden en ambtenaren is. Achteraf controleren zij of Gedeputeerde Staten en ambtenaren zich daaraan hebben gehouden. Gedeputeerde Staten vragen de ambtelijke diensten maatschappelijke vraagstukken te onderzoeken, mogelijke oplossingen te bedenken en voorstellen te doen waarover Gedeputeerde of Provinciale Staten vervolgens kunnen besluiten. Soms gebeurt dat alles uitsluitend binnen de muren van het provinciehuis. Steeds vaker echter worden eerst betrokkenen of externe deskundigen gevraagd naar hun mening. We noemen dat interactieve beleidsvorming. Alle voorstellen waarover een besluit moet worden genomen gaan eerst naar Gedeputeerde Staten. Zij vergaderen doorgaans elke dinsdag over allerlei soorten onderwerpen. Soms kunnen ze een besluit zelf meteen uitvoeren, maar regelmatig moeten ze hun beslissing voorleggen aan Provinciale Staten. In vrijwel alle provincies vergaderen Provinciale Staten minimaal één maal per maand, op een vaste dag. Vanaf 11 maart 2003 bepalen Provinciale Staten zelf waarover zij vergaderen. Tot die tijd bepalen Gedeputeerde Staten hun agenda en doen zij voorstellen waarover Provinciale Staten debatteren en besluiten nemen. In de nieuwe situatie kunnen Provinciale Staten ook zelf voorstellen doen en – bij positieve besluitvorming – Gedeputeerde Staten dit laten uitvoeren. Een van de belangrijkste vergaderingen in het zittingsjaar van Provinciale Staten is de begrotingsbehandeling, die doorgaans vlak na het zomerreces wordt gehouden. Het college van Gedeputeerde Staten komt dan met voorstellen voor reguliere en nieuwe uitgaven of bezuinigingen voor het volgend jaar. Bijna alle besluiten van Gedeputeerde en Provinciale Staten zijn openbaar. Welke wel en welke niet openbaar zijn staat beschreven in de Wet Openbaarheid Bestuur. Ook de vergaderingen van Provinciale Staten zijn openbaar, maar die van Gedeputeerde Staten weer niet. Wanneer u over bepaalde onderwerpen wilt meepraten met Provinciale Staten kan dat, maar niet altijd. De regels daarvoor staan beschreven in de provinciale inspraakverordening en deze kan per provincie verschillen. Uw inspraakmogelijkheden zijn wel anders na 11 maart 2003. De griffie van uw eigen Provinciale Staten kan u precies vertellen hoe het is geregeld of geregeld gaat worden in uw provincie. Vr. 7: Wat doet de ambtelijke organisatie? Antw. 7: De twaalf provincies hebben in totaal ongeveer 13.000 medewerkers in dienst. Deze provincie-ambtenaren zijn op vele terreinen werkzaam en hebben dan ook uiteenlopende werksoorten en beroepen. Bijvoorbeeld landmeter, jurist, sluiswachter en bestuurskundige. Aan het hoofd van de organisatie staat een griffier, niet te verwarren met de statengriffier. De griffier heeft de leiding over de ambtenaren en vormt de verbinding tussen het college van Gedeputeerde Staten en het ambtelijk apparaat. Hij ondertekent samen met de commissaris van de Koningin de belangrijkste provinciale besluiten. De ambtelijke organisatie is verdeeld in diensten of directies, met daaronder afdelingen voor onderdelen van het provinciale beleidsterrein, bijvoorbeeld voor milieu, water, ruimtelijke ordening, economie, recreatie, natuur, verkeer en vervoer. Ook werken ambtenaren uit verschillende afdelingen in veel gevallen samen in een project. Bijvoorbeeld bij de bodemsanering van een verontreinigd gebied, dat daarna ontwikkeld moet worden tot woonwijk, natuurgebied of bedrijventerrein. Provinciale Staten hebben vanaf 11 maart 2003 een eigen ambtelijke ondersteuning. Aan het hoofd hiervan staat de statengriffier. Deze bereidt onder meer statenvergaderingen voor.Vr. 8: Hoe zit het met de provinciale portemonnee? Antw. 8: Provincies zijn voor hun inkomsten voor het overgrote deel afhankelijk van de rijksoverheid. Een deel van de inkomsten komt uit het zogenoemde Provinciefonds. Dit is een fonds waarin het rijk jaarlijks een deel van de belastingopbrengst stopt en verdeelt over de twaalf provincies. De provincie mag deze inkomsten naar eigen inzicht besteden. Naast inkomsten uit het Provinciefonds ontvangen de provincies specifieke uitkeringen van het rijk, zogenoemde doeluitkeringen. Doeluitkeringen zijn bijdragen voor een vast omschreven doel zoals openbaar vervoer, jeugdzorg of bodemsanering. Hoeveel een provincie krijgt is afhankelijk van het aantal inwoners, het oppervlak aan land en water en van regionale omstandigheden. Provincies kunnen ook zelf belasting heffen. Deze is gekoppeld aan de motorrijtuigenbelasting. We noemen dat de 'opcenten', een provinciale opslag op de motorrijtuigenbelasting. Deze kan per provincie verschillen. Provinciefonds, doeluitkeringen en de motorrijtuigenbelasting dekken zo'n tachtig procent van de inkomsten. Overige inkomsten komen uit andere, kleinere bronnen en zijn per provincie verschillend. Zo ontvangen alle provincies leges. Dat zijn vergoedingen voor provinciale stukken of verleende diensten zoals bepaalde milieuvergunningen en het omhoog zetten van een brug. Sommige provincies krijgen inkomsten uit fondsen van de Europese Unie, de zogenoemde Europese Structuurfondsen. Hiermee kunnen provincies met bijvoorbeeld een hoge werkloosheid maatregelen nemen om extra bedrijven aan te trekken die de werkloosheid kunnen verminderen. Tot slot hebben de meeste provincies reserves die, bijvoorbeeld in de vorm van rente, zorgen voor opbrengsten.Vr. 9: Wanneer kan ik voor de Provinciale Staten gaan stemmen? Antw. 9: Op 11 maart 2003 kunt u stemmen voor nieuwe Provinciale Staten. De omvang van de Provinciale Staten verschilt per provincie. Het minimum aantal statenleden per provincie is 39, het maximum 83. Dit aantal is afhankelijk van het aantal inwoners per provincie. De uitslagen worden officieel vastgesteld door de voorzitter van het hoofdstembureau van de provinciehoofdstad. Deze procedure is vastgelegd in de Kieswet. Vr. 10: Wat is mijn invloed op het beleid van de provincie? Antw. 10: Openbaarheid en communicatie zijn van groot belang voor wie over het beleid van de provincie geïnformeerd wil zijn en/of het wil beïnvloeden. De vergaderingen van Provinciale Staten en de statencommissies zijn in principe openbaar. Iedereen kan ze bijwonen. Ook informatie over provinciale bestuurszaken is openbaar. De Wet openbaarheid van bestuur (WOB) geeft iedereen die daarom vraagt het recht op informatie. Slechts in een beperkt aantal gevallen kan de gevraagde informatie worden geweigerd. Bijvoorbeeld als openbaarmaking de privacy van anderen zou schenden. De WOB bepaalt ook dat de provincies en andere overheden uit zichzelf informatie moeten geven over hun beleid en activiteiten. Soms organiseren provincies zelf inspraak over bepaalde kwesties. In andere gevallen is inspraak wettelijk verplicht. Zo moet een ontwerp streekplan twee maanden ter inzage liggen op het provinciehuis en bij de gemeenten in het streekplangebied. Belanghebbenden kunnen er dan kennis van nemen, een reactie geven of bezwaar tegen maken. Inspraak kan verschillende vormen hebben, afhankelijk van het karakter van de beslissing die moet worden genomen. In de praktijk blijkt inspraak vooral een zaak voor organisaties, instellingen, verenigingen en professionals. Vanaf 11 maart 2003 is de invloed van de burger nog groter door het zogenoemde burgerinitiatief. Vanaf die datum kent de provincie een duaal bestuur. Dat wil zeggen dat het provinciebestuur niet langer bestaat uit een algemeen bestuur (Provinciale Staten) en een daaruit gekozen dagelijks bestuur (Gedeputeerde Staten), maar uit een bestuur (Gedeputeerde Staten) en een volksvertegenwoordiging (Provinciale Staten). Deze nieuwe verhoudingen zijn vergelijkbaar met die van de Tweede Kamer en het Kabinet en – sinds 6 maart 2002 – met de gemeenteraad versus Burgemeester en Wethouders.Meer over dualisme in provincies vindt u op de internetsite www.vernieuwingsimpulsprovincies.nl. De afgelopen jaren heeft zich een nieuwe vorm van inspraak ontwikkeld, die onderdeel is van 'interactief beleid'. Daarin overlegt het provinciebestuur in een vroeg stadium van de beleidsontwikkeling over een bepaald onderwerp met andere overheden, instellingen, organisaties en belangengroeperingen. Over en weer worden ideeën en standpunten uitgewisseld en getoetst. In een aantal overlegronden wordt dan de besluitvorming voorbereid. Wie het niet eens is met een besluit van de provincie kan daartegen in het algemeen eerst bezwaar en vervolgens beroep aantekenen. Elk bestuursorgaan is verplicht onder een besluit aan te geven welke bezwaar- of beroepsmogelijkheid geldt. De voornaamste administratiefrechtelijke procedure is die op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarin staan de termijnen waarbinnen en de voorwaarden waaronder men beroep kan aantekenen. De eerste stap is een heroverweging door het provinciaal bestuur. Wie het niet eens is met het nieuwe besluit kan in beroep gaan bij de rechtbank in het arrondissement waar het bestuur zetelt (de provinciehoofdstad). Daarna kan men dan nog in hoger beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een bezwaar- of beroepschrift moet altijd schriftelijk (en gemotiveerd) worden ingediend. * Veel gestelde vragen door bedrijven* Algemene informatie over klup.nl
Vr. 4: Wat zijn de Gedeputeerde Staten? Antw. 4: Het college van Gedeputeerde Staten (GS) vormt tot 11 maart 2003 het dagelijks bestuur van de provincie. Vanaf 11 maart 2003 zijn gedeputeerden hét bestuur van de provincie. Gedeputeerden worden gekozen door Provinciale Staten voor een periode van vier jaar. Zij treden tegelijk af met de leden van Provinciale Staten. Het aantal gedeputeerden varieert per provincie. Flevoland bijvoorbeeld, telt vier gedeputeerden; de meeste andere provincies hebben er zes of zeven. De provincies kiezen dat aantal zelf. Wettelijk gezien moeten er minimaal 3 gedeputeerden zijn. Het maximum aantal is 9. In de meeste gevallen is het een voltijdbaan, maar sommige provincies kennen een deeltijdgedeputeerde. In het college heeft iedere gedeputeerde zijn eigen taakgebied of portefeuille, zoals ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer, natuur en milieu of welzijn en cultuur. Zij bereiden maatregelen, programma’s en plannen voor en regelen de financiering. We noemen dat beleid maken. Het college besluit vervolgens om bepaald beleid wel of niet uit te voeren. Daarnaast voeren Gedeputeerde Staten een groot aantal regelingen uit van de rijksoverheid, de zogenoemde medebewindstaak. Verder hebben zij een coördinerende en plannende functie en taken als het toezicht op de besturen van gemeenten en waterschappen. Vr. 5: Wat doet de Commissaris van de Koningin? Antw. 5: Hoewel vaak gedacht is de commissaris van de Koningin formeel niet dé basis in de provincie. Dat zijn de Provinciale Staten. Door de rol en positie en het regelmatige publieke optreden is de commissaris meestal wel 'het gezicht' van de provincie. Hij of zij is niet alleen voorzitter, maar ook volwaardig lid van Gedeputeerde Staten en kan bepaalde taken in zijn of haar portefeuille krijgen. Daarnaast is de commissaris voorzitter (maar geen lid) van Provinciale Staten. De commissaris let vooral op of de besluitvorming in Gedeputeerde en Provinciale Staten volgens de regels verloopt. De commissaris hoeft het inhoudelijk niet eens te zijn met besluiten van Gedeputeerde en Provinciale Staten. Toch moet hij of zij als voorzitter het besluit wel ondertekenen om het formeel van kracht te laten worden. De commissaris van de Koningin heeft ook een taak als vertegenwoordiger van de landsregering in de provincie. Dat wordt ook wel rijksorgaan genoemd. Zo heeft de commissaris coördinerende bevoegdheden bij rampenbestrijding en speelt hij of zij een belangrijke rol bij burgemeestersbenoemingen. Als in een gemeente een vacature voor een burgemeester ontstaat stuurt de commissaris een aanbeveling voor een opvolger aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Maar eerst wint de commissaris advies in van de (vertrouwenscommissie in de) gemeenteraad. De commissaris betrekt dit advies in de aanbeveling aan de minister. Een commissaris van de Koningin wordt niet gekozen door de inwoners van de provincie, maar – net als een burgemeester in een gemeente – benoemd door de Kroon (Koningin en ministers). De benoeming geldt voor een periode van zes jaar, met de mogelijkheid tot herbenoeming. De commissaris kan alleen door de Kroon worden ontslagen. Bij de vervulling van een vacature voor een commissaris geven Provinciale Staten aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een zogenoemde profielschets hun wensen aan voor de nieuwe commissaris. Alle commissarissen zijn afkomstig uit een van de grote landelijke politieke partijen. Eenmaal benoemd wordt de commissaris echter geacht zijn functie onafhankelijk uit te voeren. Vr. 6: Hoe werkt het bestuur? Antw. 6: Besturen is maatschappelijke problemen zien, oplossingen bedenken, besluiten nemen en maatregelen uitvoeren. Wie in de provincie precies wat en wanneer mag doen is vastgelegd in de Provinciewet. Daarin staat wat Gedeputeerde Staten of Provinciale Staten mogen besluiten, hoe dat moet en ook of u als burger daar iets over te vertellen heeft. De hoogste baas in de provincie zijn de Provinciale Staten. Uiteindelijk besluiten zij over alles waarover de provincie beslist. Dat nu is in de dagelijkse praktijk onmogelijk. Daarom nemen Gedeputeerde Staten en soms ook de ambtelijke diensten zelf besluiten. Provinciale Staten stellen vooraf vast welke besluiten dat zijn en hoe groot de handelingsvrijheid van gedeputeerden en ambtenaren is. Achteraf controleren zij of Gedeputeerde Staten en ambtenaren zich daaraan hebben gehouden. Gedeputeerde Staten vragen de ambtelijke diensten maatschappelijke vraagstukken te onderzoeken, mogelijke oplossingen te bedenken en voorstellen te doen waarover Gedeputeerde of Provinciale Staten vervolgens kunnen besluiten. Soms gebeurt dat alles uitsluitend binnen de muren van het provinciehuis. Steeds vaker echter worden eerst betrokkenen of externe deskundigen gevraagd naar hun mening. We noemen dat interactieve beleidsvorming. Alle voorstellen waarover een besluit moet worden genomen gaan eerst naar Gedeputeerde Staten. Zij vergaderen doorgaans elke dinsdag over allerlei soorten onderwerpen. Soms kunnen ze een besluit zelf meteen uitvoeren, maar regelmatig moeten ze hun beslissing voorleggen aan Provinciale Staten. In vrijwel alle provincies vergaderen Provinciale Staten minimaal één maal per maand, op een vaste dag. Vanaf 11 maart 2003 bepalen Provinciale Staten zelf waarover zij vergaderen. Tot die tijd bepalen Gedeputeerde Staten hun agenda en doen zij voorstellen waarover Provinciale Staten debatteren en besluiten nemen. In de nieuwe situatie kunnen Provinciale Staten ook zelf voorstellen doen en – bij positieve besluitvorming – Gedeputeerde Staten dit laten uitvoeren. Een van de belangrijkste vergaderingen in het zittingsjaar van Provinciale Staten is de begrotingsbehandeling, die doorgaans vlak na het zomerreces wordt gehouden. Het college van Gedeputeerde Staten komt dan met voorstellen voor reguliere en nieuwe uitgaven of bezuinigingen voor het volgend jaar. Bijna alle besluiten van Gedeputeerde en Provinciale Staten zijn openbaar. Welke wel en welke niet openbaar zijn staat beschreven in de Wet Openbaarheid Bestuur. Ook de vergaderingen van Provinciale Staten zijn openbaar, maar die van Gedeputeerde Staten weer niet. Wanneer u over bepaalde onderwerpen wilt meepraten met Provinciale Staten kan dat, maar niet altijd. De regels daarvoor staan beschreven in de provinciale inspraakverordening en deze kan per provincie verschillen. Uw inspraakmogelijkheden zijn wel anders na 11 maart 2003. De griffie van uw eigen Provinciale Staten kan u precies vertellen hoe het is geregeld of geregeld gaat worden in uw provincie. Vr. 7: Wat doet de ambtelijke organisatie? Antw. 7: De twaalf provincies hebben in totaal ongeveer 13.000 medewerkers in dienst. Deze provincie-ambtenaren zijn op vele terreinen werkzaam en hebben dan ook uiteenlopende werksoorten en beroepen. Bijvoorbeeld landmeter, jurist, sluiswachter en bestuurskundige. Aan het hoofd van de organisatie staat een griffier, niet te verwarren met de statengriffier. De griffier heeft de leiding over de ambtenaren en vormt de verbinding tussen het college van Gedeputeerde Staten en het ambtelijk apparaat. Hij ondertekent samen met de commissaris van de Koningin de belangrijkste provinciale besluiten. De ambtelijke organisatie is verdeeld in diensten of directies, met daaronder afdelingen voor onderdelen van het provinciale beleidsterrein, bijvoorbeeld voor milieu, water, ruimtelijke ordening, economie, recreatie, natuur, verkeer en vervoer. Ook werken ambtenaren uit verschillende afdelingen in veel gevallen samen in een project. Bijvoorbeeld bij de bodemsanering van een verontreinigd gebied, dat daarna ontwikkeld moet worden tot woonwijk, natuurgebied of bedrijventerrein. Provinciale Staten hebben vanaf 11 maart 2003 een eigen ambtelijke ondersteuning. Aan het hoofd hiervan staat de statengriffier. Deze bereidt onder meer statenvergaderingen voor.Vr. 8: Hoe zit het met de provinciale portemonnee? Antw. 8: Provincies zijn voor hun inkomsten voor het overgrote deel afhankelijk van de rijksoverheid. Een deel van de inkomsten komt uit het zogenoemde Provinciefonds. Dit is een fonds waarin het rijk jaarlijks een deel van de belastingopbrengst stopt en verdeelt over de twaalf provincies. De provincie mag deze inkomsten naar eigen inzicht besteden. Naast inkomsten uit het Provinciefonds ontvangen de provincies specifieke uitkeringen van het rijk, zogenoemde doeluitkeringen. Doeluitkeringen zijn bijdragen voor een vast omschreven doel zoals openbaar vervoer, jeugdzorg of bodemsanering. Hoeveel een provincie krijgt is afhankelijk van het aantal inwoners, het oppervlak aan land en water en van regionale omstandigheden. Provincies kunnen ook zelf belasting heffen. Deze is gekoppeld aan de motorrijtuigenbelasting. We noemen dat de 'opcenten', een provinciale opslag op de motorrijtuigenbelasting. Deze kan per provincie verschillen. Provinciefonds, doeluitkeringen en de motorrijtuigenbelasting dekken zo'n tachtig procent van de inkomsten. Overige inkomsten komen uit andere, kleinere bronnen en zijn per provincie verschillend. Zo ontvangen alle provincies leges. Dat zijn vergoedingen voor provinciale stukken of verleende diensten zoals bepaalde milieuvergunningen en het omhoog zetten van een brug. Sommige provincies krijgen inkomsten uit fondsen van de Europese Unie, de zogenoemde Europese Structuurfondsen. Hiermee kunnen provincies met bijvoorbeeld een hoge werkloosheid maatregelen nemen om extra bedrijven aan te trekken die de werkloosheid kunnen verminderen. Tot slot hebben de meeste provincies reserves die, bijvoorbeeld in de vorm van rente, zorgen voor opbrengsten.Vr. 9: Wanneer kan ik voor de Provinciale Staten gaan stemmen? Antw. 9: Op 11 maart 2003 kunt u stemmen voor nieuwe Provinciale Staten. De omvang van de Provinciale Staten verschilt per provincie. Het minimum aantal statenleden per provincie is 39, het maximum 83. Dit aantal is afhankelijk van het aantal inwoners per provincie. De uitslagen worden officieel vastgesteld door de voorzitter van het hoofdstembureau van de provinciehoofdstad. Deze procedure is vastgelegd in de Kieswet. Vr. 10: Wat is mijn invloed op het beleid van de provincie? Antw. 10: Openbaarheid en communicatie zijn van groot belang voor wie over het beleid van de provincie geïnformeerd wil zijn en/of het wil beïnvloeden. De vergaderingen van Provinciale Staten en de statencommissies zijn in principe openbaar. Iedereen kan ze bijwonen. Ook informatie over provinciale bestuurszaken is openbaar. De Wet openbaarheid van bestuur (WOB) geeft iedereen die daarom vraagt het recht op informatie. Slechts in een beperkt aantal gevallen kan de gevraagde informatie worden geweigerd. Bijvoorbeeld als openbaarmaking de privacy van anderen zou schenden. De WOB bepaalt ook dat de provincies en andere overheden uit zichzelf informatie moeten geven over hun beleid en activiteiten. Soms organiseren provincies zelf inspraak over bepaalde kwesties. In andere gevallen is inspraak wettelijk verplicht. Zo moet een ontwerp streekplan twee maanden ter inzage liggen op het provinciehuis en bij de gemeenten in het streekplangebied. Belanghebbenden kunnen er dan kennis van nemen, een reactie geven of bezwaar tegen maken. Inspraak kan verschillende vormen hebben, afhankelijk van het karakter van de beslissing die moet worden genomen. In de praktijk blijkt inspraak vooral een zaak voor organisaties, instellingen, verenigingen en professionals. Vanaf 11 maart 2003 is de invloed van de burger nog groter door het zogenoemde burgerinitiatief. Vanaf die datum kent de provincie een duaal bestuur. Dat wil zeggen dat het provinciebestuur niet langer bestaat uit een algemeen bestuur (Provinciale Staten) en een daaruit gekozen dagelijks bestuur (Gedeputeerde Staten), maar uit een bestuur (Gedeputeerde Staten) en een volksvertegenwoordiging (Provinciale Staten). Deze nieuwe verhoudingen zijn vergelijkbaar met die van de Tweede Kamer en het Kabinet en – sinds 6 maart 2002 – met de gemeenteraad versus Burgemeester en Wethouders.Meer over dualisme in provincies vindt u op de internetsite www.vernieuwingsimpulsprovincies.nl. De afgelopen jaren heeft zich een nieuwe vorm van inspraak ontwikkeld, die onderdeel is van 'interactief beleid'. Daarin overlegt het provinciebestuur in een vroeg stadium van de beleidsontwikkeling over een bepaald onderwerp met andere overheden, instellingen, organisaties en belangengroeperingen. Over en weer worden ideeën en standpunten uitgewisseld en getoetst. In een aantal overlegronden wordt dan de besluitvorming voorbereid. Wie het niet eens is met een besluit van de provincie kan daartegen in het algemeen eerst bezwaar en vervolgens beroep aantekenen. Elk bestuursorgaan is verplicht onder een besluit aan te geven welke bezwaar- of beroepsmogelijkheid geldt. De voornaamste administratiefrechtelijke procedure is die op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarin staan de termijnen waarbinnen en de voorwaarden waaronder men beroep kan aantekenen. De eerste stap is een heroverweging door het provinciaal bestuur. Wie het niet eens is met het nieuwe besluit kan in beroep gaan bij de rechtbank in het arrondissement waar het bestuur zetelt (de provinciehoofdstad). Daarna kan men dan nog in hoger beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een bezwaar- of beroepschrift moet altijd schriftelijk (en gemotiveerd) worden ingediend. * Veel gestelde vragen door bedrijven* Algemene informatie over klup.nl
Vr. 5: Wat doet de Commissaris van de Koningin? Antw. 5: Hoewel vaak gedacht is de commissaris van de Koningin formeel niet dé basis in de provincie. Dat zijn de Provinciale Staten. Door de rol en positie en het regelmatige publieke optreden is de commissaris meestal wel 'het gezicht' van de provincie. Hij of zij is niet alleen voorzitter, maar ook volwaardig lid van Gedeputeerde Staten en kan bepaalde taken in zijn of haar portefeuille krijgen. Daarnaast is de commissaris voorzitter (maar geen lid) van Provinciale Staten. De commissaris let vooral op of de besluitvorming in Gedeputeerde en Provinciale Staten volgens de regels verloopt. De commissaris hoeft het inhoudelijk niet eens te zijn met besluiten van Gedeputeerde en Provinciale Staten. Toch moet hij of zij als voorzitter het besluit wel ondertekenen om het formeel van kracht te laten worden. De commissaris van de Koningin heeft ook een taak als vertegenwoordiger van de landsregering in de provincie. Dat wordt ook wel rijksorgaan genoemd. Zo heeft de commissaris coördinerende bevoegdheden bij rampenbestrijding en speelt hij of zij een belangrijke rol bij burgemeestersbenoemingen. Als in een gemeente een vacature voor een burgemeester ontstaat stuurt de commissaris een aanbeveling voor een opvolger aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Maar eerst wint de commissaris advies in van de (vertrouwenscommissie in de) gemeenteraad. De commissaris betrekt dit advies in de aanbeveling aan de minister. Een commissaris van de Koningin wordt niet gekozen door de inwoners van de provincie, maar – net als een burgemeester in een gemeente – benoemd door de Kroon (Koningin en ministers). De benoeming geldt voor een periode van zes jaar, met de mogelijkheid tot herbenoeming. De commissaris kan alleen door de Kroon worden ontslagen. Bij de vervulling van een vacature voor een commissaris geven Provinciale Staten aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een zogenoemde profielschets hun wensen aan voor de nieuwe commissaris. Alle commissarissen zijn afkomstig uit een van de grote landelijke politieke partijen. Eenmaal benoemd wordt de commissaris echter geacht zijn functie onafhankelijk uit te voeren. Vr. 6: Hoe werkt het bestuur? Antw. 6: Besturen is maatschappelijke problemen zien, oplossingen bedenken, besluiten nemen en maatregelen uitvoeren. Wie in de provincie precies wat en wanneer mag doen is vastgelegd in de Provinciewet. Daarin staat wat Gedeputeerde Staten of Provinciale Staten mogen besluiten, hoe dat moet en ook of u als burger daar iets over te vertellen heeft. De hoogste baas in de provincie zijn de Provinciale Staten. Uiteindelijk besluiten zij over alles waarover de provincie beslist. Dat nu is in de dagelijkse praktijk onmogelijk. Daarom nemen Gedeputeerde Staten en soms ook de ambtelijke diensten zelf besluiten. Provinciale Staten stellen vooraf vast welke besluiten dat zijn en hoe groot de handelingsvrijheid van gedeputeerden en ambtenaren is. Achteraf controleren zij of Gedeputeerde Staten en ambtenaren zich daaraan hebben gehouden. Gedeputeerde Staten vragen de ambtelijke diensten maatschappelijke vraagstukken te onderzoeken, mogelijke oplossingen te bedenken en voorstellen te doen waarover Gedeputeerde of Provinciale Staten vervolgens kunnen besluiten. Soms gebeurt dat alles uitsluitend binnen de muren van het provinciehuis. Steeds vaker echter worden eerst betrokkenen of externe deskundigen gevraagd naar hun mening. We noemen dat interactieve beleidsvorming. Alle voorstellen waarover een besluit moet worden genomen gaan eerst naar Gedeputeerde Staten. Zij vergaderen doorgaans elke dinsdag over allerlei soorten onderwerpen. Soms kunnen ze een besluit zelf meteen uitvoeren, maar regelmatig moeten ze hun beslissing voorleggen aan Provinciale Staten. In vrijwel alle provincies vergaderen Provinciale Staten minimaal één maal per maand, op een vaste dag. Vanaf 11 maart 2003 bepalen Provinciale Staten zelf waarover zij vergaderen. Tot die tijd bepalen Gedeputeerde Staten hun agenda en doen zij voorstellen waarover Provinciale Staten debatteren en besluiten nemen. In de nieuwe situatie kunnen Provinciale Staten ook zelf voorstellen doen en – bij positieve besluitvorming – Gedeputeerde Staten dit laten uitvoeren. Een van de belangrijkste vergaderingen in het zittingsjaar van Provinciale Staten is de begrotingsbehandeling, die doorgaans vlak na het zomerreces wordt gehouden. Het college van Gedeputeerde Staten komt dan met voorstellen voor reguliere en nieuwe uitgaven of bezuinigingen voor het volgend jaar. Bijna alle besluiten van Gedeputeerde en Provinciale Staten zijn openbaar. Welke wel en welke niet openbaar zijn staat beschreven in de Wet Openbaarheid Bestuur. Ook de vergaderingen van Provinciale Staten zijn openbaar, maar die van Gedeputeerde Staten weer niet. Wanneer u over bepaalde onderwerpen wilt meepraten met Provinciale Staten kan dat, maar niet altijd. De regels daarvoor staan beschreven in de provinciale inspraakverordening en deze kan per provincie verschillen. Uw inspraakmogelijkheden zijn wel anders na 11 maart 2003. De griffie van uw eigen Provinciale Staten kan u precies vertellen hoe het is geregeld of geregeld gaat worden in uw provincie. Vr. 7: Wat doet de ambtelijke organisatie? Antw. 7: De twaalf provincies hebben in totaal ongeveer 13.000 medewerkers in dienst. Deze provincie-ambtenaren zijn op vele terreinen werkzaam en hebben dan ook uiteenlopende werksoorten en beroepen. Bijvoorbeeld landmeter, jurist, sluiswachter en bestuurskundige. Aan het hoofd van de organisatie staat een griffier, niet te verwarren met de statengriffier. De griffier heeft de leiding over de ambtenaren en vormt de verbinding tussen het college van Gedeputeerde Staten en het ambtelijk apparaat. Hij ondertekent samen met de commissaris van de Koningin de belangrijkste provinciale besluiten. De ambtelijke organisatie is verdeeld in diensten of directies, met daaronder afdelingen voor onderdelen van het provinciale beleidsterrein, bijvoorbeeld voor milieu, water, ruimtelijke ordening, economie, recreatie, natuur, verkeer en vervoer. Ook werken ambtenaren uit verschillende afdelingen in veel gevallen samen in een project. Bijvoorbeeld bij de bodemsanering van een verontreinigd gebied, dat daarna ontwikkeld moet worden tot woonwijk, natuurgebied of bedrijventerrein. Provinciale Staten hebben vanaf 11 maart 2003 een eigen ambtelijke ondersteuning. Aan het hoofd hiervan staat de statengriffier. Deze bereidt onder meer statenvergaderingen voor.Vr. 8: Hoe zit het met de provinciale portemonnee? Antw. 8: Provincies zijn voor hun inkomsten voor het overgrote deel afhankelijk van de rijksoverheid. Een deel van de inkomsten komt uit het zogenoemde Provinciefonds. Dit is een fonds waarin het rijk jaarlijks een deel van de belastingopbrengst stopt en verdeelt over de twaalf provincies. De provincie mag deze inkomsten naar eigen inzicht besteden. Naast inkomsten uit het Provinciefonds ontvangen de provincies specifieke uitkeringen van het rijk, zogenoemde doeluitkeringen. Doeluitkeringen zijn bijdragen voor een vast omschreven doel zoals openbaar vervoer, jeugdzorg of bodemsanering. Hoeveel een provincie krijgt is afhankelijk van het aantal inwoners, het oppervlak aan land en water en van regionale omstandigheden. Provincies kunnen ook zelf belasting heffen. Deze is gekoppeld aan de motorrijtuigenbelasting. We noemen dat de 'opcenten', een provinciale opslag op de motorrijtuigenbelasting. Deze kan per provincie verschillen. Provinciefonds, doeluitkeringen en de motorrijtuigenbelasting dekken zo'n tachtig procent van de inkomsten. Overige inkomsten komen uit andere, kleinere bronnen en zijn per provincie verschillend. Zo ontvangen alle provincies leges. Dat zijn vergoedingen voor provinciale stukken of verleende diensten zoals bepaalde milieuvergunningen en het omhoog zetten van een brug. Sommige provincies krijgen inkomsten uit fondsen van de Europese Unie, de zogenoemde Europese Structuurfondsen. Hiermee kunnen provincies met bijvoorbeeld een hoge werkloosheid maatregelen nemen om extra bedrijven aan te trekken die de werkloosheid kunnen verminderen. Tot slot hebben de meeste provincies reserves die, bijvoorbeeld in de vorm van rente, zorgen voor opbrengsten.Vr. 9: Wanneer kan ik voor de Provinciale Staten gaan stemmen? Antw. 9: Op 11 maart 2003 kunt u stemmen voor nieuwe Provinciale Staten. De omvang van de Provinciale Staten verschilt per provincie. Het minimum aantal statenleden per provincie is 39, het maximum 83. Dit aantal is afhankelijk van het aantal inwoners per provincie. De uitslagen worden officieel vastgesteld door de voorzitter van het hoofdstembureau van de provinciehoofdstad. Deze procedure is vastgelegd in de Kieswet. Vr. 10: Wat is mijn invloed op het beleid van de provincie? Antw. 10: Openbaarheid en communicatie zijn van groot belang voor wie over het beleid van de provincie geïnformeerd wil zijn en/of het wil beïnvloeden. De vergaderingen van Provinciale Staten en de statencommissies zijn in principe openbaar. Iedereen kan ze bijwonen. Ook informatie over provinciale bestuurszaken is openbaar. De Wet openbaarheid van bestuur (WOB) geeft iedereen die daarom vraagt het recht op informatie. Slechts in een beperkt aantal gevallen kan de gevraagde informatie worden geweigerd. Bijvoorbeeld als openbaarmaking de privacy van anderen zou schenden. De WOB bepaalt ook dat de provincies en andere overheden uit zichzelf informatie moeten geven over hun beleid en activiteiten. Soms organiseren provincies zelf inspraak over bepaalde kwesties. In andere gevallen is inspraak wettelijk verplicht. Zo moet een ontwerp streekplan twee maanden ter inzage liggen op het provinciehuis en bij de gemeenten in het streekplangebied. Belanghebbenden kunnen er dan kennis van nemen, een reactie geven of bezwaar tegen maken. Inspraak kan verschillende vormen hebben, afhankelijk van het karakter van de beslissing die moet worden genomen. In de praktijk blijkt inspraak vooral een zaak voor organisaties, instellingen, verenigingen en professionals. Vanaf 11 maart 2003 is de invloed van de burger nog groter door het zogenoemde burgerinitiatief. Vanaf die datum kent de provincie een duaal bestuur. Dat wil zeggen dat het provinciebestuur niet langer bestaat uit een algemeen bestuur (Provinciale Staten) en een daaruit gekozen dagelijks bestuur (Gedeputeerde Staten), maar uit een bestuur (Gedeputeerde Staten) en een volksvertegenwoordiging (Provinciale Staten). Deze nieuwe verhoudingen zijn vergelijkbaar met die van de Tweede Kamer en het Kabinet en – sinds 6 maart 2002 – met de gemeenteraad versus Burgemeester en Wethouders.Meer over dualisme in provincies vindt u op de internetsite www.vernieuwingsimpulsprovincies.nl. De afgelopen jaren heeft zich een nieuwe vorm van inspraak ontwikkeld, die onderdeel is van 'interactief beleid'. Daarin overlegt het provinciebestuur in een vroeg stadium van de beleidsontwikkeling over een bepaald onderwerp met andere overheden, instellingen, organisaties en belangengroeperingen. Over en weer worden ideeën en standpunten uitgewisseld en getoetst. In een aantal overlegronden wordt dan de besluitvorming voorbereid. Wie het niet eens is met een besluit van de provincie kan daartegen in het algemeen eerst bezwaar en vervolgens beroep aantekenen. Elk bestuursorgaan is verplicht onder een besluit aan te geven welke bezwaar- of beroepsmogelijkheid geldt. De voornaamste administratiefrechtelijke procedure is die op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarin staan de termijnen waarbinnen en de voorwaarden waaronder men beroep kan aantekenen. De eerste stap is een heroverweging door het provinciaal bestuur. Wie het niet eens is met het nieuwe besluit kan in beroep gaan bij de rechtbank in het arrondissement waar het bestuur zetelt (de provinciehoofdstad). Daarna kan men dan nog in hoger beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een bezwaar- of beroepschrift moet altijd schriftelijk (en gemotiveerd) worden ingediend. * Veel gestelde vragen door bedrijven* Algemene informatie over klup.nl
Vr. 6: Hoe werkt het bestuur? Antw. 6: Besturen is maatschappelijke problemen zien, oplossingen bedenken, besluiten nemen en maatregelen uitvoeren. Wie in de provincie precies wat en wanneer mag doen is vastgelegd in de Provinciewet. Daarin staat wat Gedeputeerde Staten of Provinciale Staten mogen besluiten, hoe dat moet en ook of u als burger daar iets over te vertellen heeft. De hoogste baas in de provincie zijn de Provinciale Staten. Uiteindelijk besluiten zij over alles waarover de provincie beslist. Dat nu is in de dagelijkse praktijk onmogelijk. Daarom nemen Gedeputeerde Staten en soms ook de ambtelijke diensten zelf besluiten. Provinciale Staten stellen vooraf vast welke besluiten dat zijn en hoe groot de handelingsvrijheid van gedeputeerden en ambtenaren is. Achteraf controleren zij of Gedeputeerde Staten en ambtenaren zich daaraan hebben gehouden. Gedeputeerde Staten vragen de ambtelijke diensten maatschappelijke vraagstukken te onderzoeken, mogelijke oplossingen te bedenken en voorstellen te doen waarover Gedeputeerde of Provinciale Staten vervolgens kunnen besluiten. Soms gebeurt dat alles uitsluitend binnen de muren van het provinciehuis. Steeds vaker echter worden eerst betrokkenen of externe deskundigen gevraagd naar hun mening. We noemen dat interactieve beleidsvorming. Alle voorstellen waarover een besluit moet worden genomen gaan eerst naar Gedeputeerde Staten. Zij vergaderen doorgaans elke dinsdag over allerlei soorten onderwerpen. Soms kunnen ze een besluit zelf meteen uitvoeren, maar regelmatig moeten ze hun beslissing voorleggen aan Provinciale Staten. In vrijwel alle provincies vergaderen Provinciale Staten minimaal één maal per maand, op een vaste dag. Vanaf 11 maart 2003 bepalen Provinciale Staten zelf waarover zij vergaderen. Tot die tijd bepalen Gedeputeerde Staten hun agenda en doen zij voorstellen waarover Provinciale Staten debatteren en besluiten nemen. In de nieuwe situatie kunnen Provinciale Staten ook zelf voorstellen doen en – bij positieve besluitvorming – Gedeputeerde Staten dit laten uitvoeren. Een van de belangrijkste vergaderingen in het zittingsjaar van Provinciale Staten is de begrotingsbehandeling, die doorgaans vlak na het zomerreces wordt gehouden. Het college van Gedeputeerde Staten komt dan met voorstellen voor reguliere en nieuwe uitgaven of bezuinigingen voor het volgend jaar. Bijna alle besluiten van Gedeputeerde en Provinciale Staten zijn openbaar. Welke wel en welke niet openbaar zijn staat beschreven in de Wet Openbaarheid Bestuur. Ook de vergaderingen van Provinciale Staten zijn openbaar, maar die van Gedeputeerde Staten weer niet. Wanneer u over bepaalde onderwerpen wilt meepraten met Provinciale Staten kan dat, maar niet altijd. De regels daarvoor staan beschreven in de provinciale inspraakverordening en deze kan per provincie verschillen. Uw inspraakmogelijkheden zijn wel anders na 11 maart 2003. De griffie van uw eigen Provinciale Staten kan u precies vertellen hoe het is geregeld of geregeld gaat worden in uw provincie. Vr. 7: Wat doet de ambtelijke organisatie? Antw. 7: De twaalf provincies hebben in totaal ongeveer 13.000 medewerkers in dienst. Deze provincie-ambtenaren zijn op vele terreinen werkzaam en hebben dan ook uiteenlopende werksoorten en beroepen. Bijvoorbeeld landmeter, jurist, sluiswachter en bestuurskundige. Aan het hoofd van de organisatie staat een griffier, niet te verwarren met de statengriffier. De griffier heeft de leiding over de ambtenaren en vormt de verbinding tussen het college van Gedeputeerde Staten en het ambtelijk apparaat. Hij ondertekent samen met de commissaris van de Koningin de belangrijkste provinciale besluiten. De ambtelijke organisatie is verdeeld in diensten of directies, met daaronder afdelingen voor onderdelen van het provinciale beleidsterrein, bijvoorbeeld voor milieu, water, ruimtelijke ordening, economie, recreatie, natuur, verkeer en vervoer. Ook werken ambtenaren uit verschillende afdelingen in veel gevallen samen in een project. Bijvoorbeeld bij de bodemsanering van een verontreinigd gebied, dat daarna ontwikkeld moet worden tot woonwijk, natuurgebied of bedrijventerrein. Provinciale Staten hebben vanaf 11 maart 2003 een eigen ambtelijke ondersteuning. Aan het hoofd hiervan staat de statengriffier. Deze bereidt onder meer statenvergaderingen voor.Vr. 8: Hoe zit het met de provinciale portemonnee? Antw. 8: Provincies zijn voor hun inkomsten voor het overgrote deel afhankelijk van de rijksoverheid. Een deel van de inkomsten komt uit het zogenoemde Provinciefonds. Dit is een fonds waarin het rijk jaarlijks een deel van de belastingopbrengst stopt en verdeelt over de twaalf provincies. De provincie mag deze inkomsten naar eigen inzicht besteden. Naast inkomsten uit het Provinciefonds ontvangen de provincies specifieke uitkeringen van het rijk, zogenoemde doeluitkeringen. Doeluitkeringen zijn bijdragen voor een vast omschreven doel zoals openbaar vervoer, jeugdzorg of bodemsanering. Hoeveel een provincie krijgt is afhankelijk van het aantal inwoners, het oppervlak aan land en water en van regionale omstandigheden. Provincies kunnen ook zelf belasting heffen. Deze is gekoppeld aan de motorrijtuigenbelasting. We noemen dat de 'opcenten', een provinciale opslag op de motorrijtuigenbelasting. Deze kan per provincie verschillen. Provinciefonds, doeluitkeringen en de motorrijtuigenbelasting dekken zo'n tachtig procent van de inkomsten. Overige inkomsten komen uit andere, kleinere bronnen en zijn per provincie verschillend. Zo ontvangen alle provincies leges. Dat zijn vergoedingen voor provinciale stukken of verleende diensten zoals bepaalde milieuvergunningen en het omhoog zetten van een brug. Sommige provincies krijgen inkomsten uit fondsen van de Europese Unie, de zogenoemde Europese Structuurfondsen. Hiermee kunnen provincies met bijvoorbeeld een hoge werkloosheid maatregelen nemen om extra bedrijven aan te trekken die de werkloosheid kunnen verminderen. Tot slot hebben de meeste provincies reserves die, bijvoorbeeld in de vorm van rente, zorgen voor opbrengsten.Vr. 9: Wanneer kan ik voor de Provinciale Staten gaan stemmen? Antw. 9: Op 11 maart 2003 kunt u stemmen voor nieuwe Provinciale Staten. De omvang van de Provinciale Staten verschilt per provincie. Het minimum aantal statenleden per provincie is 39, het maximum 83. Dit aantal is afhankelijk van het aantal inwoners per provincie. De uitslagen worden officieel vastgesteld door de voorzitter van het hoofdstembureau van de provinciehoofdstad. Deze procedure is vastgelegd in de Kieswet. Vr. 10: Wat is mijn invloed op het beleid van de provincie? Antw. 10: Openbaarheid en communicatie zijn van groot belang voor wie over het beleid van de provincie geïnformeerd wil zijn en/of het wil beïnvloeden. De vergaderingen van Provinciale Staten en de statencommissies zijn in principe openbaar. Iedereen kan ze bijwonen. Ook informatie over provinciale bestuurszaken is openbaar. De Wet openbaarheid van bestuur (WOB) geeft iedereen die daarom vraagt het recht op informatie. Slechts in een beperkt aantal gevallen kan de gevraagde informatie worden geweigerd. Bijvoorbeeld als openbaarmaking de privacy van anderen zou schenden. De WOB bepaalt ook dat de provincies en andere overheden uit zichzelf informatie moeten geven over hun beleid en activiteiten. Soms organiseren provincies zelf inspraak over bepaalde kwesties. In andere gevallen is inspraak wettelijk verplicht. Zo moet een ontwerp streekplan twee maanden ter inzage liggen op het provinciehuis en bij de gemeenten in het streekplangebied. Belanghebbenden kunnen er dan kennis van nemen, een reactie geven of bezwaar tegen maken. Inspraak kan verschillende vormen hebben, afhankelijk van het karakter van de beslissing die moet worden genomen. In de praktijk blijkt inspraak vooral een zaak voor organisaties, instellingen, verenigingen en professionals. Vanaf 11 maart 2003 is de invloed van de burger nog groter door het zogenoemde burgerinitiatief. Vanaf die datum kent de provincie een duaal bestuur. Dat wil zeggen dat het provinciebestuur niet langer bestaat uit een algemeen bestuur (Provinciale Staten) en een daaruit gekozen dagelijks bestuur (Gedeputeerde Staten), maar uit een bestuur (Gedeputeerde Staten) en een volksvertegenwoordiging (Provinciale Staten). Deze nieuwe verhoudingen zijn vergelijkbaar met die van de Tweede Kamer en het Kabinet en – sinds 6 maart 2002 – met de gemeenteraad versus Burgemeester en Wethouders.Meer over dualisme in provincies vindt u op de internetsite www.vernieuwingsimpulsprovincies.nl. De afgelopen jaren heeft zich een nieuwe vorm van inspraak ontwikkeld, die onderdeel is van 'interactief beleid'. Daarin overlegt het provinciebestuur in een vroeg stadium van de beleidsontwikkeling over een bepaald onderwerp met andere overheden, instellingen, organisaties en belangengroeperingen. Over en weer worden ideeën en standpunten uitgewisseld en getoetst. In een aantal overlegronden wordt dan de besluitvorming voorbereid. Wie het niet eens is met een besluit van de provincie kan daartegen in het algemeen eerst bezwaar en vervolgens beroep aantekenen. Elk bestuursorgaan is verplicht onder een besluit aan te geven welke bezwaar- of beroepsmogelijkheid geldt. De voornaamste administratiefrechtelijke procedure is die op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarin staan de termijnen waarbinnen en de voorwaarden waaronder men beroep kan aantekenen. De eerste stap is een heroverweging door het provinciaal bestuur. Wie het niet eens is met het nieuwe besluit kan in beroep gaan bij de rechtbank in het arrondissement waar het bestuur zetelt (de provinciehoofdstad). Daarna kan men dan nog in hoger beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een bezwaar- of beroepschrift moet altijd schriftelijk (en gemotiveerd) worden ingediend. * Veel gestelde vragen door bedrijven* Algemene informatie over klup.nl
Vr. 7: Wat doet de ambtelijke organisatie? Antw. 7: De twaalf provincies hebben in totaal ongeveer 13.000 medewerkers in dienst. Deze provincie-ambtenaren zijn op vele terreinen werkzaam en hebben dan ook uiteenlopende werksoorten en beroepen. Bijvoorbeeld landmeter, jurist, sluiswachter en bestuurskundige. Aan het hoofd van de organisatie staat een griffier, niet te verwarren met de statengriffier. De griffier heeft de leiding over de ambtenaren en vormt de verbinding tussen het college van Gedeputeerde Staten en het ambtelijk apparaat. Hij ondertekent samen met de commissaris van de Koningin de belangrijkste provinciale besluiten. De ambtelijke organisatie is verdeeld in diensten of directies, met daaronder afdelingen voor onderdelen van het provinciale beleidsterrein, bijvoorbeeld voor milieu, water, ruimtelijke ordening, economie, recreatie, natuur, verkeer en vervoer. Ook werken ambtenaren uit verschillende afdelingen in veel gevallen samen in een project. Bijvoorbeeld bij de bodemsanering van een verontreinigd gebied, dat daarna ontwikkeld moet worden tot woonwijk, natuurgebied of bedrijventerrein. Provinciale Staten hebben vanaf 11 maart 2003 een eigen ambtelijke ondersteuning. Aan het hoofd hiervan staat de statengriffier. Deze bereidt onder meer statenvergaderingen voor.Vr. 8: Hoe zit het met de provinciale portemonnee? Antw. 8: Provincies zijn voor hun inkomsten voor het overgrote deel afhankelijk van de rijksoverheid. Een deel van de inkomsten komt uit het zogenoemde Provinciefonds. Dit is een fonds waarin het rijk jaarlijks een deel van de belastingopbrengst stopt en verdeelt over de twaalf provincies. De provincie mag deze inkomsten naar eigen inzicht besteden. Naast inkomsten uit het Provinciefonds ontvangen de provincies specifieke uitkeringen van het rijk, zogenoemde doeluitkeringen. Doeluitkeringen zijn bijdragen voor een vast omschreven doel zoals openbaar vervoer, jeugdzorg of bodemsanering. Hoeveel een provincie krijgt is afhankelijk van het aantal inwoners, het oppervlak aan land en water en van regionale omstandigheden. Provincies kunnen ook zelf belasting heffen. Deze is gekoppeld aan de motorrijtuigenbelasting. We noemen dat de 'opcenten', een provinciale opslag op de motorrijtuigenbelasting. Deze kan per provincie verschillen. Provinciefonds, doeluitkeringen en de motorrijtuigenbelasting dekken zo'n tachtig procent van de inkomsten. Overige inkomsten komen uit andere, kleinere bronnen en zijn per provincie verschillend. Zo ontvangen alle provincies leges. Dat zijn vergoedingen voor provinciale stukken of verleende diensten zoals bepaalde milieuvergunningen en het omhoog zetten van een brug. Sommige provincies krijgen inkomsten uit fondsen van de Europese Unie, de zogenoemde Europese Structuurfondsen. Hiermee kunnen provincies met bijvoorbeeld een hoge werkloosheid maatregelen nemen om extra bedrijven aan te trekken die de werkloosheid kunnen verminderen. Tot slot hebben de meeste provincies reserves die, bijvoorbeeld in de vorm van rente, zorgen voor opbrengsten.Vr. 9: Wanneer kan ik voor de Provinciale Staten gaan stemmen? Antw. 9: Op 11 maart 2003 kunt u stemmen voor nieuwe Provinciale Staten. De omvang van de Provinciale Staten verschilt per provincie. Het minimum aantal statenleden per provincie is 39, het maximum 83. Dit aantal is afhankelijk van het aantal inwoners per provincie. De uitslagen worden officieel vastgesteld door de voorzitter van het hoofdstembureau van de provinciehoofdstad. Deze procedure is vastgelegd in de Kieswet. Vr. 10: Wat is mijn invloed op het beleid van de provincie? Antw. 10: Openbaarheid en communicatie zijn van groot belang voor wie over het beleid van de provincie geïnformeerd wil zijn en/of het wil beïnvloeden. De vergaderingen van Provinciale Staten en de statencommissies zijn in principe openbaar. Iedereen kan ze bijwonen. Ook informatie over provinciale bestuurszaken is openbaar. De Wet openbaarheid van bestuur (WOB) geeft iedereen die daarom vraagt het recht op informatie. Slechts in een beperkt aantal gevallen kan de gevraagde informatie worden geweigerd. Bijvoorbeeld als openbaarmaking de privacy van anderen zou schenden. De WOB bepaalt ook dat de provincies en andere overheden uit zichzelf informatie moeten geven over hun beleid en activiteiten. Soms organiseren provincies zelf inspraak over bepaalde kwesties. In andere gevallen is inspraak wettelijk verplicht. Zo moet een ontwerp streekplan twee maanden ter inzage liggen op het provinciehuis en bij de gemeenten in het streekplangebied. Belanghebbenden kunnen er dan kennis van nemen, een reactie geven of bezwaar tegen maken. Inspraak kan verschillende vormen hebben, afhankelijk van het karakter van de beslissing die moet worden genomen. In de praktijk blijkt inspraak vooral een zaak voor organisaties, instellingen, verenigingen en professionals. Vanaf 11 maart 2003 is de invloed van de burger nog groter door het zogenoemde burgerinitiatief. Vanaf die datum kent de provincie een duaal bestuur. Dat wil zeggen dat het provinciebestuur niet langer bestaat uit een algemeen bestuur (Provinciale Staten) en een daaruit gekozen dagelijks bestuur (Gedeputeerde Staten), maar uit een bestuur (Gedeputeerde Staten) en een volksvertegenwoordiging (Provinciale Staten). Deze nieuwe verhoudingen zijn vergelijkbaar met die van de Tweede Kamer en het Kabinet en – sinds 6 maart 2002 – met de gemeenteraad versus Burgemeester en Wethouders.Meer over dualisme in provincies vindt u op de internetsite www.vernieuwingsimpulsprovincies.nl. De afgelopen jaren heeft zich een nieuwe vorm van inspraak ontwikkeld, die onderdeel is van 'interactief beleid'. Daarin overlegt het provinciebestuur in een vroeg stadium van de beleidsontwikkeling over een bepaald onderwerp met andere overheden, instellingen, organisaties en belangengroeperingen. Over en weer worden ideeën en standpunten uitgewisseld en getoetst. In een aantal overlegronden wordt dan de besluitvorming voorbereid. Wie het niet eens is met een besluit van de provincie kan daartegen in het algemeen eerst bezwaar en vervolgens beroep aantekenen. Elk bestuursorgaan is verplicht onder een besluit aan te geven welke bezwaar- of beroepsmogelijkheid geldt. De voornaamste administratiefrechtelijke procedure is die op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarin staan de termijnen waarbinnen en de voorwaarden waaronder men beroep kan aantekenen. De eerste stap is een heroverweging door het provinciaal bestuur. Wie het niet eens is met het nieuwe besluit kan in beroep gaan bij de rechtbank in het arrondissement waar het bestuur zetelt (de provinciehoofdstad). Daarna kan men dan nog in hoger beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een bezwaar- of beroepschrift moet altijd schriftelijk (en gemotiveerd) worden ingediend. * Veel gestelde vragen door bedrijven* Algemene informatie over klup.nl
Vr. 8: Hoe zit het met de provinciale portemonnee? Antw. 8: Provincies zijn voor hun inkomsten voor het overgrote deel afhankelijk van de rijksoverheid. Een deel van de inkomsten komt uit het zogenoemde Provinciefonds. Dit is een fonds waarin het rijk jaarlijks een deel van de belastingopbrengst stopt en verdeelt over de twaalf provincies. De provincie mag deze inkomsten naar eigen inzicht besteden. Naast inkomsten uit het Provinciefonds ontvangen de provincies specifieke uitkeringen van het rijk, zogenoemde doeluitkeringen. Doeluitkeringen zijn bijdragen voor een vast omschreven doel zoals openbaar vervoer, jeugdzorg of bodemsanering. Hoeveel een provincie krijgt is afhankelijk van het aantal inwoners, het oppervlak aan land en water en van regionale omstandigheden. Provincies kunnen ook zelf belasting heffen. Deze is gekoppeld aan de motorrijtuigenbelasting. We noemen dat de 'opcenten', een provinciale opslag op de motorrijtuigenbelasting. Deze kan per provincie verschillen. Provinciefonds, doeluitkeringen en de motorrijtuigenbelasting dekken zo'n tachtig procent van de inkomsten. Overige inkomsten komen uit andere, kleinere bronnen en zijn per provincie verschillend. Zo ontvangen alle provincies leges. Dat zijn vergoedingen voor provinciale stukken of verleende diensten zoals bepaalde milieuvergunningen en het omhoog zetten van een brug. Sommige provincies krijgen inkomsten uit fondsen van de Europese Unie, de zogenoemde Europese Structuurfondsen. Hiermee kunnen provincies met bijvoorbeeld een hoge werkloosheid maatregelen nemen om extra bedrijven aan te trekken die de werkloosheid kunnen verminderen. Tot slot hebben de meeste provincies reserves die, bijvoorbeeld in de vorm van rente, zorgen voor opbrengsten.Vr. 9: Wanneer kan ik voor de Provinciale Staten gaan stemmen? Antw. 9: Op 11 maart 2003 kunt u stemmen voor nieuwe Provinciale Staten. De omvang van de Provinciale Staten verschilt per provincie. Het minimum aantal statenleden per provincie is 39, het maximum 83. Dit aantal is afhankelijk van het aantal inwoners per provincie. De uitslagen worden officieel vastgesteld door de voorzitter van het hoofdstembureau van de provinciehoofdstad. Deze procedure is vastgelegd in de Kieswet. Vr. 10: Wat is mijn invloed op het beleid van de provincie? Antw. 10: Openbaarheid en communicatie zijn van groot belang voor wie over het beleid van de provincie geïnformeerd wil zijn en/of het wil beïnvloeden. De vergaderingen van Provinciale Staten en de statencommissies zijn in principe openbaar. Iedereen kan ze bijwonen. Ook informatie over provinciale bestuurszaken is openbaar. De Wet openbaarheid van bestuur (WOB) geeft iedereen die daarom vraagt het recht op informatie. Slechts in een beperkt aantal gevallen kan de gevraagde informatie worden geweigerd. Bijvoorbeeld als openbaarmaking de privacy van anderen zou schenden. De WOB bepaalt ook dat de provincies en andere overheden uit zichzelf informatie moeten geven over hun beleid en activiteiten. Soms organiseren provincies zelf inspraak over bepaalde kwesties. In andere gevallen is inspraak wettelijk verplicht. Zo moet een ontwerp streekplan twee maanden ter inzage liggen op het provinciehuis en bij de gemeenten in het streekplangebied. Belanghebbenden kunnen er dan kennis van nemen, een reactie geven of bezwaar tegen maken. Inspraak kan verschillende vormen hebben, afhankelijk van het karakter van de beslissing die moet worden genomen. In de praktijk blijkt inspraak vooral een zaak voor organisaties, instellingen, verenigingen en professionals. Vanaf 11 maart 2003 is de invloed van de burger nog groter door het zogenoemde burgerinitiatief. Vanaf die datum kent de provincie een duaal bestuur. Dat wil zeggen dat het provinciebestuur niet langer bestaat uit een algemeen bestuur (Provinciale Staten) en een daaruit gekozen dagelijks bestuur (Gedeputeerde Staten), maar uit een bestuur (Gedeputeerde Staten) en een volksvertegenwoordiging (Provinciale Staten). Deze nieuwe verhoudingen zijn vergelijkbaar met die van de Tweede Kamer en het Kabinet en – sinds 6 maart 2002 – met de gemeenteraad versus Burgemeester en Wethouders.Meer over dualisme in provincies vindt u op de internetsite www.vernieuwingsimpulsprovincies.nl. De afgelopen jaren heeft zich een nieuwe vorm van inspraak ontwikkeld, die onderdeel is van 'interactief beleid'. Daarin overlegt het provinciebestuur in een vroeg stadium van de beleidsontwikkeling over een bepaald onderwerp met andere overheden, instellingen, organisaties en belangengroeperingen. Over en weer worden ideeën en standpunten uitgewisseld en getoetst. In een aantal overlegronden wordt dan de besluitvorming voorbereid. Wie het niet eens is met een besluit van de provincie kan daartegen in het algemeen eerst bezwaar en vervolgens beroep aantekenen. Elk bestuursorgaan is verplicht onder een besluit aan te geven welke bezwaar- of beroepsmogelijkheid geldt. De voornaamste administratiefrechtelijke procedure is die op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarin staan de termijnen waarbinnen en de voorwaarden waaronder men beroep kan aantekenen. De eerste stap is een heroverweging door het provinciaal bestuur. Wie het niet eens is met het nieuwe besluit kan in beroep gaan bij de rechtbank in het arrondissement waar het bestuur zetelt (de provinciehoofdstad). Daarna kan men dan nog in hoger beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een bezwaar- of beroepschrift moet altijd schriftelijk (en gemotiveerd) worden ingediend. * Veel gestelde vragen door bedrijven* Algemene informatie over klup.nl
Vr. 9: Wanneer kan ik voor de Provinciale Staten gaan stemmen? Antw. 9: Op 11 maart 2003 kunt u stemmen voor nieuwe Provinciale Staten. De omvang van de Provinciale Staten verschilt per provincie. Het minimum aantal statenleden per provincie is 39, het maximum 83. Dit aantal is afhankelijk van het aantal inwoners per provincie. De uitslagen worden officieel vastgesteld door de voorzitter van het hoofdstembureau van de provinciehoofdstad. Deze procedure is vastgelegd in de Kieswet. Vr. 10: Wat is mijn invloed op het beleid van de provincie? Antw. 10: Openbaarheid en communicatie zijn van groot belang voor wie over het beleid van de provincie geïnformeerd wil zijn en/of het wil beïnvloeden. De vergaderingen van Provinciale Staten en de statencommissies zijn in principe openbaar. Iedereen kan ze bijwonen. Ook informatie over provinciale bestuurszaken is openbaar. De Wet openbaarheid van bestuur (WOB) geeft iedereen die daarom vraagt het recht op informatie. Slechts in een beperkt aantal gevallen kan de gevraagde informatie worden geweigerd. Bijvoorbeeld als openbaarmaking de privacy van anderen zou schenden. De WOB bepaalt ook dat de provincies en andere overheden uit zichzelf informatie moeten geven over hun beleid en activiteiten. Soms organiseren provincies zelf inspraak over bepaalde kwesties. In andere gevallen is inspraak wettelijk verplicht. Zo moet een ontwerp streekplan twee maanden ter inzage liggen op het provinciehuis en bij de gemeenten in het streekplangebied. Belanghebbenden kunnen er dan kennis van nemen, een reactie geven of bezwaar tegen maken. Inspraak kan verschillende vormen hebben, afhankelijk van het karakter van de beslissing die moet worden genomen. In de praktijk blijkt inspraak vooral een zaak voor organisaties, instellingen, verenigingen en professionals. Vanaf 11 maart 2003 is de invloed van de burger nog groter door het zogenoemde burgerinitiatief. Vanaf die datum kent de provincie een duaal bestuur. Dat wil zeggen dat het provinciebestuur niet langer bestaat uit een algemeen bestuur (Provinciale Staten) en een daaruit gekozen dagelijks bestuur (Gedeputeerde Staten), maar uit een bestuur (Gedeputeerde Staten) en een volksvertegenwoordiging (Provinciale Staten). Deze nieuwe verhoudingen zijn vergelijkbaar met die van de Tweede Kamer en het Kabinet en – sinds 6 maart 2002 – met de gemeenteraad versus Burgemeester en Wethouders.Meer over dualisme in provincies vindt u op de internetsite www.vernieuwingsimpulsprovincies.nl. De afgelopen jaren heeft zich een nieuwe vorm van inspraak ontwikkeld, die onderdeel is van 'interactief beleid'. Daarin overlegt het provinciebestuur in een vroeg stadium van de beleidsontwikkeling over een bepaald onderwerp met andere overheden, instellingen, organisaties en belangengroeperingen. Over en weer worden ideeën en standpunten uitgewisseld en getoetst. In een aantal overlegronden wordt dan de besluitvorming voorbereid. Wie het niet eens is met een besluit van de provincie kan daartegen in het algemeen eerst bezwaar en vervolgens beroep aantekenen. Elk bestuursorgaan is verplicht onder een besluit aan te geven welke bezwaar- of beroepsmogelijkheid geldt. De voornaamste administratiefrechtelijke procedure is die op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarin staan de termijnen waarbinnen en de voorwaarden waaronder men beroep kan aantekenen. De eerste stap is een heroverweging door het provinciaal bestuur. Wie het niet eens is met het nieuwe besluit kan in beroep gaan bij de rechtbank in het arrondissement waar het bestuur zetelt (de provinciehoofdstad). Daarna kan men dan nog in hoger beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een bezwaar- of beroepschrift moet altijd schriftelijk (en gemotiveerd) worden ingediend. * Veel gestelde vragen door bedrijven* Algemene informatie over klup.nl
Vr. 10: Wat is mijn invloed op het beleid van de provincie? Antw. 10: Openbaarheid en communicatie zijn van groot belang voor wie over het beleid van de provincie geïnformeerd wil zijn en/of het wil beïnvloeden. De vergaderingen van Provinciale Staten en de statencommissies zijn in principe openbaar. Iedereen kan ze bijwonen. Ook informatie over provinciale bestuurszaken is openbaar. De Wet openbaarheid van bestuur (WOB) geeft iedereen die daarom vraagt het recht op informatie. Slechts in een beperkt aantal gevallen kan de gevraagde informatie worden geweigerd. Bijvoorbeeld als openbaarmaking de privacy van anderen zou schenden. De WOB bepaalt ook dat de provincies en andere overheden uit zichzelf informatie moeten geven over hun beleid en activiteiten. Soms organiseren provincies zelf inspraak over bepaalde kwesties. In andere gevallen is inspraak wettelijk verplicht. Zo moet een ontwerp streekplan twee maanden ter inzage liggen op het provinciehuis en bij de gemeenten in het streekplangebied. Belanghebbenden kunnen er dan kennis van nemen, een reactie geven of bezwaar tegen maken. Inspraak kan verschillende vormen hebben, afhankelijk van het karakter van de beslissing die moet worden genomen. In de praktijk blijkt inspraak vooral een zaak voor organisaties, instellingen, verenigingen en professionals. Vanaf 11 maart 2003 is de invloed van de burger nog groter door het zogenoemde burgerinitiatief. Vanaf die datum kent de provincie een duaal bestuur. Dat wil zeggen dat het provinciebestuur niet langer bestaat uit een algemeen bestuur (Provinciale Staten) en een daaruit gekozen dagelijks bestuur (Gedeputeerde Staten), maar uit een bestuur (Gedeputeerde Staten) en een volksvertegenwoordiging (Provinciale Staten). Deze nieuwe verhoudingen zijn vergelijkbaar met die van de Tweede Kamer en het Kabinet en – sinds 6 maart 2002 – met de gemeenteraad versus Burgemeester en Wethouders.Meer over dualisme in provincies vindt u op de internetsite www.vernieuwingsimpulsprovincies.nl. De afgelopen jaren heeft zich een nieuwe vorm van inspraak ontwikkeld, die onderdeel is van 'interactief beleid'. Daarin overlegt het provinciebestuur in een vroeg stadium van de beleidsontwikkeling over een bepaald onderwerp met andere overheden, instellingen, organisaties en belangengroeperingen. Over en weer worden ideeën en standpunten uitgewisseld en getoetst. In een aantal overlegronden wordt dan de besluitvorming voorbereid. Wie het niet eens is met een besluit van de provincie kan daartegen in het algemeen eerst bezwaar en vervolgens beroep aantekenen. Elk bestuursorgaan is verplicht onder een besluit aan te geven welke bezwaar- of beroepsmogelijkheid geldt. De voornaamste administratiefrechtelijke procedure is die op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarin staan de termijnen waarbinnen en de voorwaarden waaronder men beroep kan aantekenen. De eerste stap is een heroverweging door het provinciaal bestuur. Wie het niet eens is met het nieuwe besluit kan in beroep gaan bij de rechtbank in het arrondissement waar het bestuur zetelt (de provinciehoofdstad). Daarna kan men dan nog in hoger beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een bezwaar- of beroepschrift moet altijd schriftelijk (en gemotiveerd) worden ingediend. * Veel gestelde vragen door bedrijven* Algemene informatie over klup.nl
* Veel gestelde vragen door bedrijven
* Algemene informatie over klup.nl